Vandaag slapen we lekker uit, althans David, want Damien wordt reeds om 8:30 wakker en kan de slap niet meer hervatten. Een grote Gecko laat op regelmatige tijdstippen zijn drievoudig kreetje horen dat redelijk hoog klinkt alsof je in een muisje knijpt. Het is behoorlijk luid. Dan maar nog wat bloggen he. J
Om 11:30 komt David een bezoekje brengen en om 12:00 gaan we op straat eten, een beetje verder dan net voor de deur omdat ze daar betere stoeltjes hebben. Ondertussen probeert de jongste dienster daar elke keer een conversatie te beginnen, en ze komt te weten dat we studenten zijn op de HUT. Daar blijft het dan ook bij…
We beslissen dan maar de fiets te nemen en Damien wil absoluut zijn zadel in orde brengen. Ondertussen blijkt de band van David ook plat te zijn. Het komt hem dus ook goed uit even langs te gaan bij de winkel. We kijken even op de kaart waar de winkel zou kunnen zijn en David herkent de vorm van het kruispunt waar we moeten zijn. We wagen het er op en vertrekken. Op de weg wijst iedereen ons de platte band van David aan. We kunnen moeilijk uitleggen dat we het weten en al op weg zijn en rijden dus door, waarop ze denken dat we ze grofweg negeren. We voelen ons een beetje hulpeloos.
Aangekomen bij de winkel, komt een bijzonder moeilijk moment om duidelijk te maken dat we denken dat de zadelstang stuk is. De verkoopster is er zonder haar man (die het zware werk doet) en kan ons moeilijk helpen. Zij probeert ons duidelijk te maken dat ze begrepen heeft dat het zadel gewoon hoger moet. Het boekje helpt niet omdat de woordenschat erin redelijk klein is en uiteindelijk belt Damien met de gsm naar Tam om hulp te vragen. Hij geeft Tam na een korte uitleg door aan de vrouw die het duidelijk niet gewoon is een gsm te gebruiken. Ze denkt dat er een probleem is en kan er niet mee overweg. Ze hoort Tam niet goed en verstaat hem niet. Ze geeft de gsm terug met een hoogst verwarde blik en Damien probeert aan Tam dan maar uit te leggen dat hij het anders gaat proberen duidelijk maken. Tam is echter ook niet de beste in het Engels, dus is Damien gewoon verplicht even later op te hangen omdat ondertussen een langskomende man de verkoopster komt helpen. Hij pakt een tang en begint het zadel los te maken. Het blijkt dat de stang toch niet stuk is, maar omdat er slechts 1 hechtpunt is voor de stang en de stangkoker veel breder is (zodat er een soort flesvorm is en je kan de hals vaster zetten met een schroef en een bout) is er teveel speling op de zadelstang waardoor die snel waggelt en de hals weer losser maakt. Vandaar dat de stang zeer snel terug naar beneden zakt. De man spant moer en bout extra hard aan rond de hals en het lijkt wel te houden. We vragen hoeveel betaald moet worden, maar ze zeggen dat er niets betaald moet worden. Dus gaan we met heel veel “Dankuwels” weg.
We beginnen de stad zo een beetje te verkennen. We rijden lukraak straten in, maken ons een weg tussen het nu beduidend minder druk verkeer en genieten ervan met volle teugen. We zien straten gespecialiseerd in wisselstukken voor brommers, een meisje dat rouwkransen aan het maken is en nog veel meer kleurrijks. De normale winkels zijn gesloten, maar de kraampjes zijn gewoon open. We komen zo terecht in een straat waar ze dikkere hangsloten hebben en we stappen af om er twee te kopen. Ineens ziet Damien ook een heleboel moersleutels hangen en zoekt de goede maat. Hij wil natuurlijk zijn zadel zelf bijregelen (inmiddels was het zadel weer een centimeter of twee gezakt) Uiteindelijk koopt hij een verstelbare sleutel en betaalt de 150000 dong. De winkelier vraagt ondertussen vanwaar we komen en blijkt een piepklein beetje Frans te spreken. Hij doet zijn uiterste best om kleine zinnetjes te vormen van 4 of 5 woorden en Damien moedigt hem sterk aan. Ineens ziet Damien ook tape hangen en vraagt of de winkelier er heeft. Helaas geen tape die op ducktape lijkt. We vragen hem dan waar wel tape te vinden is, en hij tekent een kaartje met de uitleg om er te geraken. Hierop zegt hij moeizaam: “Troisième carrefour à droite.” We bedanken hem heel vriendelijk en vertrekken. Het dochtertje van de winkelier groet ons met een bijzonder kleurrijke en joviale “Good bye!”. We beantwoorden het en kunnen een glimlach niet onderdrukken bij het zien van haar bijzonder trotse gezichtje.
We komen terecht in een speelgoedwinkelstraat en het is er overvol van het volk. Het is morgen het feest van de kinderen en de mensen lijken het feest voor te bereiden. Eens het hier heel dense verkeer voorbij, komen we in een straat waar ze bijna enkel tape verkopen. We hadden ook aan de verkoper van de vorige winkel gevraagd hoe men Tape zei in het Vietnamees omdat het niet in het boekje stond, maar het was evengoed niet nodig. Gewoon wijzen zou genoeg geweest zijn. Damien kiest een taperolletje dat het meest op ducktape lijkt en betaalt de gevraagde 8000 dong.
Nu keren we huiswaarts omdat Damien absoluut zijn zadel terug goed wil zetten nu dat het weer op de laagste positie is gezakt en het bijzonder moeilijk is deftig te fietsen.
Aangekomen aan de student home zien we de bende Amerikanen die gisteren avond is aangekomen. Ze zijn eerst naar Sangon geweest. (Dat weet Damien van gisteren toen hij even in een gesprek verzeild geraakte met een Amerikaanse terwijl hij drinkbaar water ging halen van de filtreermachine in de gang) Ze krijgen een gedetailleerde uitleg van een vietnamese gids van hoe ze aan eten geraken enz. Ze zien er echt rampzalig uit: sommigen nogal zwaarlijvig en met hopen geld om uit te geven. We krijgen een diepe afkeer als we ze zien en hebben totaal geen zin om nog enig contact met die mensen te maken.
Damien plakt tape rond zijn zadelstang, propt de stang in de hals en spant het aan. Het lijkt wel goed te houden nu. We vertrekken dan maar weer op onze tocht en beslissen naar het West Lake te gaan. Dat is een gigantisch grote meer in het Noorden van Ha Noi. Onderweg maakt David veel foto’s van het verkeer. Iedereen kijkt hem daarbij aan als stapelgek. We komen ook een winkeltje tegen waar ze duidelijk smog-maskers verkopen. (tot nu toe was het heel moeilijk smog-maskers van BH’s te onderscheiden, en omdat we toch niet helemaal voor schut wilden staan durfden we niet echt te gaan vragen of we er konden kopen) We kopen er twee voor 10000 dong en vertrekken weer, nu eruit ziend als echte gangsters. Het verkeer is echt belange niet storend qua rookgassen en omdat zulk een masker toch wel warm is om te dragen, halen we het toch even van onze mond. We geraken onze weg een beetje kwijt bij de vele stukjes eenrichtingsstraten. We durven niet echt in spookrichting te rijden omdat dat toch net te gevaarlijk lijkt. Onderweg komen we ook meer druk verkeer tegen en het masker blijkt hier dan toch fameus te helpen. Het verbaast ons zelfs een beetje.
Uiteindelijk komen we toch aan het meer toe en we banen ons een weg in het parkje er juist naast. We worden uitgenodigd te gaan zitten bij zo’n klein bartje en de barhoudster begint ijverig verse kokosnoten te verplaatsen voor ons. Ze roept hulp van een man in de buurt en deze begint ijverig in het vruchtvlees te kappen. Hij komt tot de noot en maakt daar een klein gaatje in zodat er een rietje in de noot kan. Deze is tot de rand vol met kokosmelk (niet zoals die weinige druppeltjes die wij hebben als wij een kokosnoot open breken in België). Het is redelijk verfrissend. Toch kopen we nog twee kleine flesjes water en gaan weer op weg na een kort overzicht van onze positie. We zoeken eigenlijk een brug die toelaat het meer over te steken. Deze staat op de kaart, maar is nergens te bespeuren.
We vertrekken dus door het meer zowat te volgen, maar zien nergens een brug. Uiteindelijk zijn we zo ver geraakt dat we even goed het meer rond kunnen fietsen. De weg is hier veel slechter van kwaliteit: vol gaten en stof. Het zadel van Damien is weer naar beneden gezakt (door alle gaten in de weg is de stang dieper gegaan dan dat er tape was). We komen nadat we het meer zijn rondgegaan (een goed uur later) ineens aan de brug die we eerder zochten. Het blijkt dat het juist uitkomt op het parkje waar we kokosmelk gedronken hebben. We waren dus zo dichtbij zonder het te weten. Maar ja, nu hebben we Noord-Ha Noi gezien he. Daar zijn vooral veel gebouwen in constructie, niet zo mooi eigenlijk. Vooral huizen en niet zozeer grote buildings, gelukkig.
Op weg terug naar huis is het volle spits, met de gewoonlijke chaos. Aangekomen aan de student home voelen we ons doodmoe (we hebben toch iets van 30km gefietst). Dat komt van de hoge concentratiegraad die nodig is om in het drukke verkeer te rijden. We nemen allebei een verfrissende douche, gaan nog even eten op straat en gaan elk in onze eigen kamer. Het was een heel leuke dag, maar morgen moeten we weer aan het werk…









































No comments:
Post a Comment