Saturday, 13 October 2007

29ste dag => Trip naar Ha Long valt in het water

Deze ochtend wil Damien absoluut alle blogposts afkrijgen. Dus werkt hij met een afwezige hulp van David verder tot 3u wanneer David het niet meer uithoudt en spontaan in een diepe slaap valt (waarin hij dan spreekt). Damien gaat nog door tot 4:30 en herinnert zich ineens dat hij zijn was nog moet doen. De handwas duurt nog tot 5:30 en dan komt een rustgevende slaap van 2 uurtjes.

Om 7:30 gaat Damien dus naar beneden (in nog een steeds natte t-shirt) om de anderen te halen en hij valt binnen bij David die nog aan het slapen is. Ondertussen zijn de twee anderen wel wakker. Zij zijn gisteren avond naar een verjaardagsfeestje gegaan van een Italiaanse jonge vrouw (net boven de dertig) die nota bene niet op het feestje aanwezig was. Het heeft geen zin te vragen hoe Iñigo op zulk een feestje terecht komt. Het antwoord is overduidelijk. Ze hebben veel plezier gehad omdat het typisch Western style was, dus meer wat we gewoon zijn.

We gaan naar beneden waar Wim het al geklaard heeft om een taxi te laten bellen door de gamekeeper aan de ingang van de student home en we zien op de gang het buurmeisje die naar haar werk gaat. Zij bestelt beneden ook een taxi.

De taxi komt aan rond 7:50 en we gaan op weg door de file heen. We komen pas om 8:09 aan (we moesten er om 8u zijn) en Damien ziet net het busje van het toerismebureau vertrekken. De klerk van het bureau ziet ons en belt ze onmiddellijk terug. Maar het duurt nog eens tien minuten eer het busje er terug is. Ondertussen zien we een rijk assortiment aan koffie, gaande van arabica naar andere klassiekers via “Weasel Coffee”. Deze trekt natuurlijk onze aandacht, want waarom zouden ze dat in godsnaam zo noemen?

Het busje brengt ons naar een drukke baan waar nog enkele fransen staan te wachten en spreken met de jongedame die ons de ticketen heeft verkocht voor de reis. Iñigo ziet haar nu voor de tweede keer en hij wordt onmiddellijk verliefd “Spanish style”. Dat betekent dat hij meteen spreekt van met haar te trouwen en haar mee te nemen enz. (natuurlijk niet in front of her, maar in vertrouwelijke kring op de bus zelf) We komen dankzij Iñigo te weten dat ze “Anh” heet (wordt als een scherp afgehakte ANG! uitgesproken) en ze eigenlijk beter Frans kan spreken dan Engels.

De busrit begint met een intro van de gids die een rijke glimlach heeft dat zijn hele gezicht lijkt te vullen (eigenlijk is het ook zo). Hij vertelt ons een beetje over Ha Noi, over de brug die we een nacht of twee geleden zijn overgefietst en nog andere kleine dingen die we al wisten daar we hier toch al een tijdje zijn (we zijn inderdaad al in de helft, helaas). De gids is wel grappig. Zo begint hij ook een liedje te zingen in het Engels over hoe mooi Viet Nam wel is enz.

De rit moet 4u duren, dus kunnen we na het gezever van de gids in slaap vallen. Wie ooit in vliegtuigen van Ryan Air of Virgin Express heeft gezeten weet hoe moeilijk het kan zijn zich comfortabel te installeren omdat er zo weinig plaats is. Wel, neem van die beperkte ruimte nog eens een tiental cm af en dan heb je een idee van hoeveel plaats wij in deze bus hebben. We moeten ons in de raarste posities wringen om iets of wat relax te kunnen “liggen” en omdat we toch zo moe zijn vatten we redelijk snel de slaap.

Net buiten Ha Noi, zo’n uurtje later, maakt de gids ons wakker omdat we zijn aangekomen aan een rustparkingetje. Wanneer we het busje uitstappen wordt het pas echt duidelijk wat dit hier is: een stal voor vee. Ok, dat is het niet, maar zo voelen we ons wel. Het zit hier vol toeristen, opeen geplakt, gewoon doelloos rondkijkend als een bende herkauwende koeien (en sommigen zijn dan ook echt dik en kauwen op een chewing gum waardoor de gelijkenis nog flagranter is). Binnenin is dan een winkel waar ze diverse prullaria verkopen gaande van slecht gemaakte sierdoosjes naar juwelen via kledij, asbakken, beeldjes en dergelijke. De prijzen zijn natuurlijk in dollar, wat een idee geeft van de verkoopwaarde ervan… Terwijl we afwachtend buiten zitten zien we aan de uitgang een gigantisch bord staan met deze mededeling: “Attention! Here you are in a safe zone. By crossing this line we cannot hold responsibility for you. Trespass at your own risk.” Dit geeft natuurlijk de indruk dat Viet Nam een levensgevaarlijk land is en we een heel hoge kans hebben onmiddellijk dood te vallen wanneer we de lijn oversteken, hetzij door een of andere vleesetersplant, misschien door een dolgedraaide olifant, misschien zelfs een vallende kokosnoot of nog tot op het bot door en door gevaarlijke dieven met kwade bedoelingen. We nemen de proef op de som en gaan even buiten aan bananenboombladeren voelen. (die verbazend waterdicht aanvoelen, net als rubberplastiek. Geen wonder dat ze als dakpannen worden gebruikt) Behalve een kleine steek veroorzaakt door een kiezelsteentje in de schoen blijven we ongedeerd…

Tijd om weer op de bus te stappen en daar vallen we weer in slaap, deze keer onafgebroken tot we aan de buitenbuurten van Ha Long komen. We zien in de verte rijstvelden (horizontaal en niet in terrasbouw) met hier en daar een hoog uitstekende rots (bedekt met rijke vegetatie) alsof die hier door een onfortuinlijk toeval uit de lucht is gevallen (hopelijk zat er geen schaap onder).

We komen zo de stad steeds meer binnen. Tot onze verbazing is hier geen druk verkeer. De chaos is daardoor redelijk beperkt, hoewel we wel enkele typische reflexen herkennen (Het getoeter bijvoorbeeld, dat trouwens een beetje belachelijk lijkt als er geen kat op de weg is. Het zal wel een misvormde gewoonte zijn) De gewoonlijke taferelen van aan de kant van de weg zittende mensen in de typische zitpositie of nog de aan straatbaretjes zittende mensen zijn hier ook te zien.

Nog een klein uurtje later komen we aan in Ha Long Harbour. We zien op de kant van de parking zelfs een groot bord staan waarop staat (en dit is geen grap, het staat er echt): TOURIST WARF, gevolgd door de waarschuwing van veiligheid en van verantwoordelijkheid, blah blah blah. Kan het nog duidelijker? Dit is natuurlijk doorspekt met de toeristische busjes waarrond een heleboel toeristen nieuwsgierig rondkijken. We voelen ons echt slecht hier tussen te zitten. Ze zien er allemaal zo dom uit. Geen wonder dat de locals op ons springen om stupiditeiten te verkopen en waarschijnlijk slagen ze er nog in ook (voor belachelijk hoge prijzen) Maar bon, we hebben Anh om ons bezig te houden. Iñigo haalt namelijk zijn beste Frans boven, maar hij heeft af en toe de hulp nodig van Damien omdat Anh enkel het accentloze Frans herkent. Het is wel grappig Spaans Frans te horen converseren met Vietnamees Frans. Het resultaat is veel gebaren, vertederde blikken en glimlachen van Iñigo (maar voor andere redenen of course) en verlegen lachjes van Anh. De conversatie gaat van studeren naar in Viet Nam leven, de typische koetjes en kalfjes dus.

We krijgen de door de zingende gids aangekochte tickets in handen (of eerder: Anh houdt ze voor ons bij) en mogen door de “zwaar” bewaakte deurtjes de pier op. Hier is het tafereel ontzettend: Een heleboel houten boten met diverse opschriften (zoals ‘TOURIST’ of nog ‘HA LONG TRIP’ en vele anderen) zijn in een totale chaos aangemeerd. Ze dragen hier en daar al een beetje toeristen, zijn beschilderd met bonte kleuren gaande van groen naar rood of de rustieke donkerbruine vernis. Aan elke voorkant van de boten staat een Chinese draak zo een beetje als boegbeeld (behalve dat de voorkant de opstapkant is van de boot en de draak dus in het midden van de weg staat. Tja, hoe los je het anders op als je geen boeg meer hebt) We worden binnengebracht in de kajuit waar tafeltjes staan aan beide kanten. Andere toeristen zitten er ook al te wachten. Enkel de Fransen herkennen we.

We mogen onze rugzakken vanachter in de boot gaan leggen en wanneer we willen zitten komt Anh op ons af. Ze ziet er een beetje verlegen uit met haar roze bloesje, en zo klein. Ze kijkt naar ons op en vraagt onze paspoort met een klein, onzeker stemmetje. We kijken elkaar allemaal aan en draaien ons weer naar haar toe: “Comment-ça, un passeport? Nous n’avons pas le passeport. Personne nous a dis qu’il fallait l’emporter!” (tja, ons werd altijd gezegd het paspoort in het hotel te laten omdat indien men deze verliest, men het risico heeft het land niet te kunnen verlaten.) David is wel slim geweest fotokopies te nemen van zijn paspoort, maar die heeft hij vergeten in de student home. Enkel Wim heeft zijn paspoort mee. Anh kijkt ons onzeker aan en vraagt of we dan iets anders hebben. Iedereen haalt dan zijn identiteitskaart boven (behalve Damien want een identiteitskaart is echt nutteloos buiten de EU), en Anh gaat daarmee naar de kapitein. Het blijkt echter niet genoeg te zijn en ze komt terug om ons uit te leggen dat we niet op de boot kunnen blijven omdat we onze paspoort niet hebben. We kijken elkaar aan met de grootste blik van diepe horror die men zich kan inbeelden en vragen een beetje gealarmeerd wat onze opties zijn. Anh blijft echter ontzettend vaag (nooit ja of neen zeggen natuurlijk) en we beginnen serieus te twijfelen of deze trip nog op iets degelijks gaat uitdraaien. Anh stelt voor dat we iemand contacteren in Ha Noi om de paspoorten door te faxen. Na enig overleg probeert Iñigo de zeer behulpzame Dr. Hue te contacteren, maar deze antwoordt niet. Damien probeert dan Dr. Lan te bereiken, maar zonder al te veel hoop omdat ze niet vaak opneemt, daar ze vaak les geeft, wanneer de gsm belt (ze reageert meer op sms-en, waarvoor nu even geen tijd voor is) Gelukkig neemt ze wel op en na even uitgelegd te hebben wat de situatie is, belooft de goede Dr. Lan te kijken wat ze kan doen. Ze belt een poosje later om te laten weten dat er complicaties zijn, dat ze niet zomaar onze kamer mag binnenvallen in de student home zonder de toestemming van de big boss en dus moet ze nog enkele telefoontjes plegen. Terwijl we in spannende afwachting eh… wachten, worden de andere toeristen natuurlijk heel ongeduldig. Ze beginnen te zuchten en te zeuren, wat Anh heel onzeker en zenuwachtig maakt. Ze vraagt ons herhaaldelijk hoe het zit, maar haar stress komt haar begrip voor Frans niet ten goede en het kost Damien de grootste moeite zich verstaanbaar te maken. Onder druk van Anh belt Damien Dr. Lan weer op om te vragen hoe lang het ongeveer nog zou duren. Dr. Lan, ook serieus onder stress nu, laat weten dat ze binnen 10 minuten zal terugbellen. Anh krijgt reclamaties van de kapitein die zeer ongeduldig wordt (time is Money lijkt hij wel te zeggen) Ondertussen is een zeeman al van de boot gestapt met de paspoorten van de andere toeristen om in de menigte op de pier te verdwijnen. We begrijpen echt niet waarom die paspoorten zo belangrijk zijn. Anh wilt het ons ook niet zeggen. De spanning blijft stijgen terwijl de telefoon maar niet afgaat. Uiteindelijk luidt het nu heel dom lijkende melodietje en Damien neemt onmiddellijk op. Dr. Lan vertelt dat ze in zijn kamer zit, klaar voor de actie. Anh komt er weer ongeduldig bij staan en Damien geeft haar eventjes Dr. Lan door om het uit te leggen. We weten niet wat er gezegd wordt, maar na een poosje legt Anh op. Ze zegt ons dan: “C’est trop tard. Le capitaine veut partir.” Dit brengt ons natuurlijk buiten onszelf en we proberen te weten komen waarom in godsnaam dit zo is. Anh laat echter niets los en loopt weer naar de kapitein waar ze hevig in gesprek geraakt. Ondertussen belt Damien weer naar Dr. Lan en deze is uiterst verward. Damien legt haar toch uit waar ze zijn paspoort kan vinden (en dat brengt haar in paniek want ze vindt het niet onmiddellijk) en dan komt Anh zeggen dat we mogen eten op de boot en we daarna moeten afstappen. Ze zegt er lachend bij dat we misschien de stad kunnen bezoeken… Dit is echter helemaal niet grappig en Damien laat weten aan Dr. Lan dat het te laat is. Daar gaat onze trip…

Het eten wordt gebracht, weer zo typisch toeristisch: Frietjes, wat groenten, rijst, inktvisgerechtje en een salade. We moeten blijkbaar met zes aan tafel zitten en Damien wordt vriendelijk uitgenodigd bij de Fransen. Deze willen weten wat er aan de hand is en Damien vertelt het hele verhaal. Ze worden kwaad en laten weten dat ze vinden dat hier iets gedaan moet worden, dat we ons niet moeten laten doen. Dat voelen we ook, maar met de slechte communicatiemogelijkheden, het schuldgevoel omdat het ergens wel logisch is dat je altijd een kopie van je paspoort moet meehebben, kunnen we de schuld niet volledig op Anh steken. Bovendien heeft het helemaal geen zin kwaad te worden en de situatie alleen maar erger te maken. Zo werken Aziaten in crisissituaties niet. Er het beste van proberen maken is de beste taktiek. Kalm blijven en een zekere mate van neutraliteit levert het meeste op. Toch geven de Fransen een goed idee: Waarom niet toch de paspoorten laten doorfaxen en gewoonweg de trip een beetje veranderen: Vandaag in hotel slapen en morgen op de boot slapen ipv omgekeerd. Het idee is eenvoudig en lijkt geniaal, in theorie. Het is ontzettend moeilijk dat tussen twee frieten door aan Anh duidelijk te maken, maar het lukt. Damien belt onmiddellijk terug Dr. Lan op en geeft haar dan David door om verder uit te leggen waar ze de fotokopies van Davids paspoort kan vinden (het originele ligt in zijn kast, afgesloten waarvan de reservesleutel in Damiens kamer ligt). Daarna geven we de telefoon door aan Iñigo voor zijn paspoort. Er blijft ons alleen maar af te wachten. Anh heeft nog steeds niets vermeld of we nu op de boot mogen blijven of niet en we krijgen het er niet uit. De frustratie is zeer hoog. Ondertussen moet Damien de grapjes van de Fransen ondergaan in de trend van “Quelle merde d’avoir des Belges sur un bateau. Ça n’apporte que la poisse.” “Ah, je vais prendre des photos du port, comme c’est la seule chose qu’on verra pendant ce voyage.” Enfin, Damien kan er toch de grap in zien en zevert er gemaakt ontspannen mee.

Ondertussen is de boot al aan het bewegen. Onze verwarring is ten top en ook onze vrees. We hopen toch nog dat we mogen vertrekken, maar de boot lijkt alleen te manoeuvreren omdat er geen plaats meer is op pier voor de andere boten om aan te meren. Ons humeur zakt ons in de schoenen, maar wordt weer wat omhoog gebracht door een aanvaring met een andere manoeuvrerende boot. Tijdens het achteruit varen op volle snelheid hoort de kapitein namelijk niet het frenetisch zwaar toeteren van de andere boot en botst vierkant in het midden van de boeg van de andere boot. Een luide bonk en houtgekraak volgt hierop en Damien zegt heel ontspannen aan de Fransen: “Ah, et maintenant on va couler. Au moins, nous sommes encore au port, donc il ne faudra pas nager trop loin…” Tot zijn grote vreugde lijken de Fransen dit helemaal niet grappig te vinden (gniffel gniffel).

Maar bon, een grote opluchting volgt hierop wanneer de boot verder vaart, de haven uit richting de lukraak verspreide hoog uit het water uitstekende rotsen. Een bevestiging van onze vermoedens van Anh (ok, niet een duidelijke JA, maar toch meer bevestigend dan de gewoonlijke ‘misschien’) over het verdere verloop van de reis brengt ons nog wat meer tot innerlijke rust en triomfantelijk denken we: “Ha Long Bay, here we come!”

Wat we tijdens deze boottocht van 90 minuten zien is fantastisch: Over heel de horizonlijn die typische rotsen, elk in een diepere donkergroen gehuld door de mist die overal blijft hangen. Het stille wateroppervlak, het zachte gebrom van de motor van de boot, rust overal waar we kijken, heerlijk pure zeelucht (niet die vuile smog van Ha Noi) en het leuke geklik van het reflexfototoestel van Wim. Iñigo maakt ondertussen kennis met de toeristen op de boot. Tot zijn grote vreugde komt hij zelfs twee Spanjaarden tegen. Hij maakt ook de gekste foto’s en we voelen ons echt uitgelaten. Wat een prachtige boottocht.

Dan komen we aan in een baai waar andere boten te zien zijn, een pier, een huisje en weer veel toeristen. We stappen af en begeven ons naar een stenen trap die naar een grot leidt. Wanneer we de grot inkomen hebben we een gemengd gevoel. Onze eerste reactie is verbazing, want we hadden van Toon gehoord dat het heel erg was, en dus hadden we het ergste verwacht, maar het lijkt mee te vallen. Daarna komt een gevoel van spijt omdat we merken dat de grot zo dood is als het maar zijn kan. De grot is namelijk volledig uitgedroogd, beschadigd door de vele toeristen die hier komen, door alle flashs van de fototoestellen, en door de domme groene, rode, blauwe en gele lichten die constant schijnen op de miljoen jaren oude stalactieten en mieten. Dat gevoel wordt dan gevolgd door een gevoel van pure kwaadheid als we zien dat ze ergens middenin de grot een fontein hebben aangelegd. Nog erger is het feit dat ze hier en daar domweg door het kalkgesteente een weg hebben gekapt en hier en daar zelfs aangevuld met cement. De toeristen mogen ook overal over het steen wrijven dat gepolijst is door de vele handen. Dit is er echt teveel over! En dan horen dat de Fransen het prachtig vinden allemaal geeft ons echt het gevoel dat de wereld naar de vaantjes is.

Ondertussen, hier en daar stoppend, vertelt Anh ons de legende van Ha Long Bay, die als volgt luidt: Er was eens een zware oorlog in Viet Nam en de rijke keizer besloot Ha Long bay te schenken aan de hoofdgeneraal zodat hij het gebied kon gebruiken om een grote zeemacht uit te bouwen. Maar op een of andere manier zijn er parels uit de lucht gevallen (ja, het is vaag, maar het Frans van Anh was niet al te duidelijk) in het water en daarop zijn rotsen beginnen groeien (in een legende kan alles). Deze rotsen hebben er dan voor gezorgd dat de zeemacht zich perfect kon verdedigen en de generaal heeft in deze grot een onderkomen gevonden op het ogenblik dat hem de weg werd gewezen door de grote draak. De grote draak is nog steeds aanwezig in de grot en natuurlijk is dat gewoon een misvormde stalactiet waar ze een rood lampje hebben gezet waar ze voelen dat een oog zou moeten staan. Tot zover deze fantastische legende…

Onze twee fotografen slagen er toch in hier en daar een mooie foto te maken en we zijn snel weer uit de grot, waar natuurlijk een prachtige souvenir shop op ons te wachten staat met de grootste rotzooi die men zich kan inbeelden. Alleen de typische kleine globes met een plastieken panoramaatje die men moet schudden om sneeuwvlokjes chaotisch door elkaar te zien dwarrelen ontbreekt nog aan het assortiment.

Op de weg naar beneden haalt Iñigo zijn charmeurstalenten boven (is zelfs te zien op de foto’s waar hij Anh’s hoedje draagt) waardoor Anh een heel deel van de Fransen uit het oog verliest. Dat brengt er ons toe lang te wachten beneden aan de kaai terwijl de Fransen eigenlijk al de hele tijd dicht bij de boot staan te wachten. Ze waren dus voorop.

Terug op de boot is Anh nu volledig ontspannen (heel waarschijnlijk dankzij Iñigo) en komt gezellig bij ons zitten op het bovendek. Daar vraagt ze ons 5$ per persoon om de hotelkamer te boeken voor deze avond. Het komt niet in ons op om nog moeilijk te doen en we betalen de 81000 dong. Ze legt ons ook uit dat de paspoorten nodig zijn voor de verzekering op de boot. We moeten dus allemaal geregistreerd worden bij de politie, en dat is een trage affaire gezien het aantal toeristen. De verzekering is nodig omdat er enkele jaren geleden nog veel piraten rondvoeren die de toeristische boten plunderden. Ze belt nog hier en daar om alles te regelen en haar gsm valt uit. Maar geen nood, want Iñigo stelt meteen voor om zijn gsm aan haar te lenen, wat ze verlegen aanneemt. Na de nodige gesprekken wilt ze het terug geven, maar Iñigo maakt haar duidelijk dat ze het mag houden tot wanneer ze gedaan heeft. Ze wilt bij ons blijven zitten, maar ze houdt niet zo van de zon. Vergeet niet dat het hier de mode is om bleek te blijven. Damien biedt haar zijn hoedje aan en dat neemt ze ook aan, maar een kwartiertje later, gaat ze toch weg naar het benedendek.

De rest van de namiddag verloopt heel ontspannen, onder de zon, op het rustige water.

Een uurtje later ongeveer meren we aan een pier aan van het Cat Bah-eiland. Dit is het grootste eiland van de buurt. Anh neemt afscheid van ons (Iñigo’s hart is gebroken) en al snel komt een andere gids op ons af om ons naar een busje te escorteren. Naast het busje zijn arbeiders op de typische Vietnamese manier aan het werk. Dat betekent: Alles tegelijk doen. Eentje is het armatuur van een hangar aan het lassen, terwijl een andere metaal slijpt hiervoor (de stukjes worden heen en weer gebracht door een derde). Ondertussen, geen meter verder is een andere het nog warme metaalwerk al blauw aan het schilderen en nog geen meter verder zijn er twee anderen al metalen platen aan het monteren op het pasgeverfde metaalwerk. In de achtergrond zijn ze ook een huis aan het bouwen terwijl een arbeider uitrust in een hangmat bij gebrek aan beter adhv twee pitons gewoon in de rotswand bevestigd. Het tafereel is zo typisch…

We worden omringd door vrouwen met een hangbakje, typisch aan rondlopende verkopers, die ons vragen of we willen drinken…

Het busje wordt volgestopt tot de rand en we kunnen vertrekken. Alweer zitten een heleboel toeristen in de bus die we nog niet gezien hebben. Het lijkt wel dat elk toerismebureau samen werkt met elkaar. Het is dan ook geen wonder dat we horen van de andere toeristen dat ook zij zwaar op de proef werden gesteld door de chaotische organisatie. Zo is een vrouw heel kwaad geworden op het moment dat ze hoorde dat ze niet in dezelfde hotelkamer kon blijven als haar vriend. Sterker nog, niet in hetzelfde hotel… Daar gaat de romantische avond.

De tocht naar de andere kant van het eiland duurt 45 minuten. We rijden op een slecht gegoten betonnen weg, omringd door een heel dense flora. De lucht is vochtig, en Damien die zijn hoofd uit het raam kan steken kan de heerlijke geuren van bamboe en andere Vietnamese planten ruiken. Het is heeeeerrrrrrrrrrlijk.

Bij het aankomen worden we naar een hotel gebracht door alweer een andere gids wiens naam Van Huy is. Hij laat ons weten dat we exact 30 minuten hebben waarna hij ons gaat ontmoeten. We lopen naar de vierde verdieping en proberen onze deuren open te krijgen. De deur van kamer 401, Iñigo en Wims kamer, blijkt zonder al te veel moeite open te gaan. Kamer 403 daarentegen is niet open te krijgen. Ook is er geen elektriciteit in kamer 401. Damien gaat terug naar beneden om hierover te informeren, waarop de klerk mee naar boven loopt en aanduidt dat er een centrale schakelaar is naast de kamerdeur en dat men goed moet trekken aan de deur om het slot open te krijgen. De kamer is groot, vol meubels, naar schatting van de jaren 70, bevat een dubbelbed en een enkelbed. De badkamer is heel luxueus met een badkuip en alles. We zetten onmiddellijk de airco aan en na een korte opfrissing keren we terug naar beneden. Daar krijgen we een samenvatting van het op ons te wachten programma, dat heel strict blijkt te zijn. We hebben nu een uurtje om te doen wat we willen en de suggestie is gaan zwemmen op het strand dat op tien minuten stappen verwijderd is van het hotel. Daarna is het avondeten.

We gaan dus op weg, Wim wat achter blijvend om foto’s te nemen. Onderweg kruisen we Spanjaarden (Iñigo kan ze van mijlenver ruiken) en na een amicaal babbeltje komt Iñigo te weten dat er drie stranden zijn en de dichtstbijzijnde op nog geen 5 minuten stappen ligt. Zo gaan we op weg.

Het strand ligt eigenlijk net naast een toeristisch zwemcomplex met glijbanen en ander dergelijk speelgoed. De nacht valt weer snel en we duiken het warme water in onder de sterrenhemel. Een beetje dobberen, maar niet te diep (want er zijn veiligheidsboeien geplaatst over de hele breedte van het strand) doet immense deugd. Eerst nog een beetje stoer tonen hoe goed we handenstand kunnen doen in het water of nog hoe goed we kunnen drijven, en we hebben het gevoel dat het tijd is. We hebben er echter geen idee van daar niemand een horloge aan heeft. We gaan dus op zoek naar Wim, die wel een uurwerk draagt. Wim is moeilijk te vinden in het donker omdat hij zelf pikzwart gekleed is vandaag. Uiteindelijk vinden we hem en keren we terug naar huis. We komen 10 minuten voor etenstijd aan en nemen nog snel een douche om het zout van ons af te krijgen.

We komen tien minuten te laat, maar dat blijkt helemaal niet erg te zijn. We bestellen een fruitsap (waarvan Damien bij het afrekenen gemengd dongs en dollars terug krijgt). We krijgen ook een slaatje, garnalen, scampibeignets, rijst en natuurlijk french fries met ketchup (zucht). Beeld u eens in wat voor een beeld de Viets hebben van de Westerse cultuur. En dat wordt alleen maar erger als u leest wat er nu komt:

Tijdens het eten komt Van Huy ons weer wat uitleg geven over het strict op te volgen programma, zonder ruimte voor vrijheid of discussie. Hij gaat vervolgens een soortgelijke uitleg geven aan andere gasten en komt dan terug bij ons. Hij kiest de praatgrage Iñigo als communicatiepartner. Het gesprek gaat ongeveer als volgt:

- “Do you know what to do tonight?”

- “No, not yet. Maybe dancing or drinking in a bar.”

- “I have an idea! It is a secret. Maybe you would like to…” hierbij komt hij dichterbij Iñigo’s oor en brengt hij zijn handen ertussen in, in een heel ostentatief gebaar dat aanduidt dat dit een hoogst groot geheim is, maar het best is dat iedereen meteen weet waarover het gaat. Hij vervolgt in een fake fluistertoon zodat iedereen het kan horen: “Fuck?”

Hierop moet Iñigo natuurlijk heel hard lachen, net zoals wij. Iñigo wil dan uitleggen dat we het niet willen, maar Van Huy wil niets horen. Dan begint hij dingen te zeggen als: “Wat wil je? 1, 2 of 3 u? Misschien de hele nacht? Je kan er zelfs eentje kopen om met jou op de boot te gaan en bij jou te blijven voor de rest van het weekend. Of je kan vandaag die, morgen een ander, overmorgen nog een ander nemen? Ik ken een goede plek.” Als Iñigo dan zegt dat we allemaal een vriendin hebben in Belgie reageert Van Huy met: “So what? Een vriendin in Belgie, een vriendin in Spanje, een vriendin in Ha Long, een vriendin in Ha Noi. Dat is toch geen probleem? Elke keer 4 nachten bij een verschillende vriendin, dat kan toch geen kwaad?” We slagen er toch in hem af te schudden, sans rancune.

Wim is moe en wil nu gaan rusten, maar de drie anderen willen toch nog wat gaan verkennen van de stad, ook Cat Ba genaamd.

We gaan op weg en vinden hier ook brommertjesmannen die ons zelfs vragen of we BOOM BOOM willen gaan doen. Waarschijnlijk krijgen ze hier allemaal een commissie als ze klanten brengen. We gaan zitten aan een tafeltje en bestellen een rietsuikersap. Dat wordt vers geperst met een soort versnipper. Aan tafel gaat het gesprek vooral over die tendens om toeristen te duwen naar hoertjes. Prostitutie is hier zo ingeburgerd dat het ons schokeert. Zouden de Viets weten wat hun reputatie is buiten het land?

We gaan na de vruchtensap nog even naar een bar met uitzicht over de zee, waar we een biertje drinken en nog spreken over de evolutie van computers.

We keren nu rustig terug naar huis, nogal verbaasd dat er bijna geen toeristen te zien zijn. Waarschijnlijk aan het slapen, met partner of met hoertje, of nog in een of andere discotheek aan het shaken of drinken…

Op weg naar het hotel horen we ergens in de verte een typische bastoon doorklinken van technomuziek. Iñigo kan het niet weerstaan en trekt ons meer naar de discotheek die op een minuut stappen van het hotel is verwijderd.

Binnen is het tafereel redelijk ongewoon. De discotheek is groot, maar bijna leeg. Aan de bar zit niemand en de dienster verveelt zich te pletter. Een entreuse deelt visitekaartjes van de discotheek uit. In de achterkant van de zaal is een dansvloer, vol met vooral Vietnamese mannen en hier een daar een jonge vietnamese vrouw. Overal rond de dansvloer zitten mannen te drinken. De DJ is op een verhoogje enthousiast aan het bewegen met zijn muziek mee, terwijl de jongens rond de schaarse meisjes komen bewegen. De meisjes laten zich goed gaan en proberen duidelijk MTV-videoclips na te bootsen. Ze bewegen in hip hop maten, maar dan versneld omdat het techno is. De bewegingen zijn stroef en onafgewerkt. Het ziet er vrij komiek uit voor habitues als Iñigo. Het heeft geen zin hier te blijven, dus gaan we weer naar buiten, waar een man ons weer vraagt of we willen BOOM BOOMEN.

We schudden hem af en keren naar het hotel, waar we zien dat er mogelijkheid is tot biljarten. We huren de tafel af voor 1$/uur en spelen twee spelletjes met drie met wisselende teamen. Iñigo speelt eerst alleen en brengt al zijn ballen eerst in de gaten, maar verliest het spel bij een fout op de zwarte bal. Het tweede spel speelt Damien alleen die constant achter staat en op het einde ineens al zijn ballen wegkrijgt, inclusief de zwarte. De verliezers moeten gaan betalen en de ballen terug naar beneden brengen. Het koste 20000 dong.

We kruipen in ons bedje. Het was toch wel een drukke dag vol verrassingen en spanning. Niettemin een heel mooie.






























































Foto's van Wim Heirman, voor een handige fotogallerij kunt u http://photos.heirman.net/vietnam2007/photo.html bezoeken

No comments: