Tuesday, 30 October 2007

46ste dag => In kostuum door de velden

Deze ochtend moeten we er vroeg bij zijn. We springen in ons kostuum en in het geval van David: het maatpak.

Om 7:20 krijgen we een telefoontje van Lan en blijkbaar is ze er al. We haasten ons dus naar beneden, onze zak vol van de cadeautjes etc.

Eens beneden bellen we haar weer op, maar het is heel moeilijk te verstaan waar ze is. We zeggen dat we voor de deur staan, maar ze begrijpt het blijkbaar niet zo goed. David tikt me dan even op de schouder en als ik naar beneden kijk zie ik haar ineens gehurkt naast haar brommertje wriemelen in haar rugzak. Ze merkt ineens dat we net achter haar staan, en als ze om kijkt schrikt ze zich te pletter bij het zien van ons pak. Ah, het gewenste effect is geslaagd, hehehe. Nu nog hopen dat het niet te luxueus zal zijn op het trouwfeest.

We gaan bij Lan achterop de brommer zitten en daar gaat ze al. Ze blijft heel geconcentreerd op de weg, wat weer het dialoog niet vooruit helpt. Na een tijdje, op de rand van de grote weg dat als autostrade fungeert, stopt ze even bij een man en regelt het ene en het andere met hem. David moet bij de man achterop de brommer gaan. Zo gaan we de hoofdweg op. David probeert van de man te weten te komen of hij familie is van Lan, maar de man zegt altijd ja op elke vraag, ook als het geen vraag is… Damien langs zijn kant probeert het ook te weten te komen en zegt dat hij ‘Chao Om’ is, wat ‘Hallo oudere’ betekent. Het blijft dus onduidelijk.

We verlaten na een tiental km de grote weg om op een soort meanderweg te komen die net boven velden verheven is. Damien neemt er vanop Lan’s brommertje veel foto’s van. Er blaast een hevige wind en haar pet vliegt weg. Ze doet er dan een andere op en ook deze verdwijnt vrij snel. Gelukkig kan Damien deze nog vangen, maar bij het bedienen van het fototoestel een poosje later laat hij deze ook vallen. Spijtig natuurlijk, maar Lan vindt het blijkbaar niet erg. We rijden gewoon verder, met David ergens achteraan.

Ineens belt haar gsm en tovert ze een gigantische telefoonhoorn boven. Ze zegt dat het haar vriendin is en begint een vrolijke conversatie. Damien is zo verbaasd dat hij er toch enkele foto’s van neemt. Het blijkt dat ze een soort satelliettelefoon gebruikt.

Een tiental km verder komen we aan de rode rivier aan. Daar gaat een veerboot heen en weer. We wachten even dat hij deze oever bereikt. Ondertussen betaalt Lan de brommerman en deze gaat weer weg. Hij is blijkbaar gewoon iemand die ritjes geeft aan mensen die met drie de grote weg op moeten. Blijkbaar is de politie op deze weg vrij streng. We vragen ons toch af waarom ze niet een weg genomen heeft waar geen politie op komt, zoals ze eerder gezegd had.

Ondertussen zijn we natuurlijk het gespreksonderwerp van alle mannen die hier staan. Met ons splinternieuw pak vallen we nog meer op dan gewoonlijk. We rijden even op de overzetboot en daar gaat ie dan. Zo steken we de rode rivier over.

Aan de andere oever regelt Lan weer een brommertje voor David, maar ze zegt er wel bij dat het heel duur is. We voelen ons natuurlijk heel schuldig en we dringen aan om het terug te betalen, maar daar wil ze niets van weten.

De rit is hier heel ruw omdat we door de velden moeten rijden op een aardeweg. Vooral de man die David vervoert rijdt als een gek en Lan is er duidelijk kwaad over dat hij zoveel vraagt. Het landschap is zo typisch anders dan datgene we gewoon zijn dat foto’s hier veel meer zeggen dan woorden.

We komen een poosje later aan in haar dorpje en ze rijdt het terras op van haar huisje. Daar ontmoeten we haar broer. Ze stelt ons voor aan ons en wanneer David rechtstreeks naar hem gaat om hem een hand te geven is hij helemaal verbaasd. Hij tovert een gelukkige grijns boven en vanaf dan is hij grote vriendjes met ons. Hij is wellicht 14 jaar oud en heeft een genetische afwijking, die we zoals we gelezen hebben in de gidsen, nog vaak voorkomt op het platteland door alle oorlogen en vuiligheden die daarmee in het land zijn geraakt. Door zijn afwijking heeft hij motorische probleempjes, maar mentaal mankeert hij niets. Beter zelfs: Hij is eigenlijk vrij handig. Hij kan het fototoestel van Damien vrij goed hanteren.

Voor de rest is er niemand thuis want de ouders werken op het veld. We worden wel aan de familie in het naburige huis voorgesteld. Daar wonen de grootouders van de familie. Ze ontvangen ons allen met een stralende glimlach van zwarte tanden en bloedrood speeksel. Het is heel verbazend en zelfs een beetje eng. We vragen ons af of ze een of ander dier rauw opeten, wat het natuurlijk nog enger maakt. Hun gezicht is gemarkeerd door diepe groeven tussen de donkerbruine huid. Door de vriendelijke glimlach zien ze er wel heel sympathiek uit, ondanks de tanden. We worden vriendelijk in hun huis uitgenodigd. We gaan dus uitgelaten zitten op de bank. We krijgen de zeer sterke thee te drinken, die hier zo bitter en heel lekker is. Iedereen kijkt naar ons en spreekt zeer snel een mompelende soort Viets met Lan. Af en toe zegt ze iets aan ons, maar allemaal tevergeefs.

Dan zegt ze dat we Chau Cau moeten eten (trầu cau geschreven) proeven. Wat ze doen is een blad pakken van ikweetnietwelke boom, er een witte pasta op doen dat sterk lijkt op gips en dit mooi oprollen. Daarbij geven ze een kwartje of een achtje van een harde ovaalvormige vrucht die aan palmbomen groeit. Het geheel moet volledig in de mond gestoken worden en op gekauwd worden. De bedoeling is het vocht ervan in te slikken en de vezels die overblijven terug uit te spuwen. Damien is eerst aan de beurt en bijt rustig op de bittere vrucht. Qua bitterheid lijkt het op de thee, maar de smaak doet meer denken aan een blad van een of andere boom. Het smaakt gewoon naar plant. David steekt het dan ook in zijn mond en omdat het toch zo bitter is en Damien weet dat David niet zo voor bitterheid is, wordt het allemaal gefilmd. Hij heeft een pokerface, maar diegenen die hem beter kennen weten dat hij het heel vies vindt.

Ineens begint het ons toch te dagen dat er iets grondig mis is in het tafereel. Ze kijken ons allemaal gretig aan. We krijgen een knellend gevoel in de slokdarm alsof die helemaal samentrekt. Onze keel lijkt dichtgegroeid te zijn en ons tandvlees wringt zich precies in vreemde bochten. We krijgen het enorm warm, het zweet loopt samen met een rilling over onze ruggegraat. De kamer begint enorm te tollen alsof we 5 duvels op hebben in 1 minuut. Lan vraagt ons of we het lekker vinden en uit beleefdheid zeggen we van wel, maar ons gezicht spreekt voor zichzelf. We voelen ons ineens ultra alert en net een konijntje in het midden van 5 tijgers met bloed in de mond vol rotte tanden. Alleen het vriendelijke en sympathieke gezichtje van Lan brengt ons rust. We kijken smekend naar haar: Please save us!

We kunnen gelukkig Nederlands spreken zonder dat ze ons verstaan en we kunnen elkaar wat gerust stellen. Gelukkig staan we er hier niet alleen voor. We vragen of Lan er ook van wil, maar ze eet het niet. De oudere mensen daarentegen nemen er ook eentje, en dan twee, en dan meer.

Na 5 minuutjes sterk ongemak begint de draaierigheid eindelijk te verdwijnen en kunnen we weer wat ademen. De slokdarm en keel doen nog altijd raar.

Het is tijd om wat verder te bezoeken en we kunnen het doemshuis verlaten. We worden een beetje verder gebracht bij de oom van Lan, waar ze net het huis wat aan het verbouwen zijn. Daar moeten we ook even binnen, gewoon voor de goede vorm, en dan kunnen we weer weg.

Lan zegt dat we even moeten wachten en ze verdwijnt in de straat. Ondertussen stoeien we wat met de drie honden, de twee katjes en het kuikentje dat zijn moederlijke kip van heel dichtbij volgt.

Een blik in de straat en we zien Lan bij de plaatselijke kruidenier. We stappen er even naartoe en maken kennis met het vele gegiechel van de plaatselijke bevolking. Ze kijken allemaal verwonderd naar ons. Het zijn in totaal een tiental vrouwen (en alleen vrouwen), wat het effect nog versterkt. Sommigen wijzen een beetje verlegen naar ons.

Lan sluit de deal af en komt zo trots als een gieter met ons mee naar haar huis. Daar gaat ze ijverig aan het werk aan een maaltijd voor ons. Het trouwfeest is duidelijk nog niet voor nu. We voelen ons een beetje overdreven rijk met ons prachtig en splinternieuw kostuum. Hadden we geweten dat we eerst nog een hele tijd gewoon zouden rondlopen, dat we eigenlijk voornamelijk uitgenodigd zijn bij de familie van Lan, dan hadden we andere kledij voorzien…

Ondertussen wil de broer van Lan ons in het dorp wat rondleiden. Uiteraard komen mensen van overal kijken welke bijzonderheid daar rondloopt. De meesten hebben nooit een westerling gezien. Eerst brengt Lans broer ons naar de overbuur. We vragen hem of dit familie is en blijkbaar wel. We worden uitgenodigd door een oude man met een kindje in zijn armen om even binnen te gaan en thee te drinken. We drinken twee kopjes en de broer wenkt ons om te vertrekken. Er is niet veel meer te doen dan dat eigenlijk. We merken hoe speciaal het hier is. In de tuin groeien bananenbomen, papaya bomen, trau cau-bomen (alsof dat enig nut heeft), mango, knollen, pomelo’s, stervruchten en zoveel meer. Het tafereel is zo typisch anders dan wat we gewoon zijn, we lijken wel op een andere planeet te zitten.

We wandelen een beetje verder door de smalle straat en komen bij een oudere man die ons naar binnen wenkt. We doen het, uit beleefdheid en hij stelt ons meteen voor aan zijn mooie kleindochter van net boven de twintig. We worden uitgenodigd naar binnen en daar zitten we dan een minuutje, want van conversatie kunnen we niet echt spreken. Buiten komen studentjes langs, terugkomend van school. Ze zien ons en rijden meteen de binnenplaats op. Ze lachen enorm veel en slagen er toch in een zinnetje in het Engels te zeggen: “Are you a student?” Voor de rest is er niet zoveel noemenswaardig hier. We beginnen te begrijpen dat als we verder stappen, we wellicht in elk huis uitgenodigd zullen worden. Omdat we daar toch niet al te veel zin in hebben keren we terug huiswaarts. Daar kunnen we observeren hoe Lan het eten maakt. Gehurkt in Vietnamese zit, brengt ze water aan de kook in een met roet beslagen kookpot. Als vuurbron gebruikt ze gedroogde resten bamboe of suikerriet. Het maakt enorm veel rook, maar geeft een lekkere en typische geur af.

Ondertussen houden we ons een beetje bezig met de broer. Hij is heel geïnteresseerd in de electronica die we mee hebben. Voornamelijk het fototoestel, waarbij we zien dat hij redelijk handig is, de mp3-speler, de gsm, etc.

Na een uurtje pannen verwisselen, want ze heeft er slechts twee voorhanden en nog even snel vanalles verwarmd te hebben kunnen we eten. We wachten echter op de ouders van Lan, die terugkomen van het veld. Ze zijn heel sympathiek. We worden vriendelijk aan de tafel verwacht en daar komen de klaargemaakte gerechten al. We krijgen bier te drinken. Tijdens het eten wordt allerlei gezegd dat natuurlijk volledig aan ons voorbij gaat. Het gaat wel duidelijk over ons, maar het klinkt niet slecht. Meer nieuwsgierigheid. Het eten is lekker, op het vlees na. Deze is hier van lage kwaliteit, met veel vet. Gelukkig is een tafelvuilbak ter beschikking gelegd naast de tafel, waarin normaalgezien beentjes in moeten verdwijnen, maar waar wij gemakkelijk ook andere dingen in kunnen laten verdwijnen.

Na het eten is er natuurlijk de traditionele thee. Weer zeer sterk en overheerlijk.

Daarna vragen ze of we willen rusten en omdat we van bij Tam weten dat ze ons niet gerust zullen laten zolang we niet geslapen hebben, stemmen we vrij snel toe. Ze maken voor ons het bed klaar, op de planken met een bamboematras. We zetten onze wekker voor een uurtje omdat we toch voelen dat het eten zwaar was. We vallen vrij snel in slaap omdat ze ook alles afsluiten voor ons en het heel stil wordt. Af en toe horen we nog de broer rondlopen die komt kijken hoe we slapen. Pure nieuwsgierigheid natuurlijk en eigenlijk wel grappig.

Wanneer we wakker worden zien we dat Lan verdwenen is. Ze is gaan helpen voor het trouwfeest. We hebben geen zin om gewoon te wachten. We kunnen even goed rondlopen in de buurt en typische foto’s nemen om de omgeving zo goed mogelijk in ons op te nemen. De broer gaat ons hiervoor vergezellen. Hij vindt ons echt leuk. We draaien amper de hoek om dat er al een heleboel nieuwsgierige kinderen achter ons aanlopen. Als Damien foto’s neemt lachen ze zich te pletter of lopen bang weg. Ze weten niet goed wat het ding doet misschien. Zo vinden we de tempel van het dorp. Het dorp is veel dunner bevolkt dan dat van Tum en ook veel armer. Het heeft welliswaar veel meer charme. We willen graag iemand aan het werk zien in een veld, maar het is net na de middag. De zon is te hoog om nog te werken. We nemen rustig foto’s wanneer we ineens iemand in de verte naar ons zien toelopen. Springend van opwinding, tussen de kinderen in en ons wenkend staat Lan te roepen. We gaan naar haar toe in een slakkengangetje en Damien draait zich even om voor een foto van de broer met David. Wanneer hij zich omdraait en naar beneden kijkt (er is toch 30cm verschil) ziet hij haar ineens halfboos, half geamuseerd kijken. Ze zegt dat we ons moeten haasten (geen Viets nodig om dat te begrijpen) We lopen haar een beetje na en aan het eerste kruispunt wacht een vriend van haar ons op, Phúc. Deze jongen is blijkbaar het lief van de zus van diegene die trouwt. We springen elk op een brommertje erbij en suizen al snel door het stof van de veldbaantjes, een grote stofwolk achter ons latend. Onderweg stoppen we even bij een kapper, zowat de enige in 6 km omtrek. Daar zien we Phúc’s lief, nog hevig bezig haar kapsel te laten bijknippen. We rijden verder en het is heel onduidelijk waar we naartoe gaan. Lan blijft maar Biaaaaa zeggen, wat te kort is om Bia te zijn en wat we voor de rest niet kunnen thuisbrengen.

Wanneer we zowat 7km verder stoppen in een buurtdorpje, wordt het echt volledig duidelijk: BILLIARDS. Natuurlijk wilde ze ons een pleziertje doen en naar aanleiding van onze vraag van gisteren brengt ze ons hierheen. Zij wil echter niet spelen, maar neemt foto’s terwijl we het beiden tegen Phúc opnemen. Phúc kent helaas geen regels en zijn Engels is beter dan dat van Lan, maar nog altijd te slecht om hem alles uit te leggen. We spelen dus een 9-ball met 15 ballen en willekeurige pocketting volgorde, zonder overstaande einddiagonaal en zonder beginstip. Voor de leken: Alle ballen in willekeurige volgorde in de gaten en die dat de laatste bal erin doet is gewonnen…

Na het eerste spel beginnen we echter de ballen te tellen dat we in de gaten krijgen. Phúc heeft een super vaste hand, dus maakt hij ons 2 keer in. Ondertussen heeft Lan toch plezier met ons klungelig gedoe. Damien slaagt er in de rekening te betalen. Deze omvat 1u biljarten, 4 ice tea’s en een pakje kauwgum. De verbazende prijs hiervoor: 45 cent. Een record! Platteland is volledig buiten proporties tov de stad. Bij Tum viel het nog mee, maar hier is het echt erg. Het is dus geen wonder dat ze allemaal proberen een job te vinden in de stad, wat deze ook mag zijn. Elke dong telt! In documentaires zit iedereen te zeggen dat de mensen van het platteland twee keer niets krijgen voor het verkoop van de groenten en fruit, geteelt door hard werk, maar hier, in the middle of nowhere in Vietnam, net over een zijrivier van de Rode rivier, 30km van Hanoi, is 10000 dong een uurtje poolen waard. Dit is een luxeproduct, dit is entertainment. We durven niet te denken aan hoeveel de levensnoodzakelijke goederen dan kosten.

Het is intussen bijna 16u en we rijden snel terug naar huis. Nu gaat het komen: het trouwfeest.

Omdat het helemaal niet ver is, hoeven we niet met het brommertje te gaan. We vertrekken dus te voet, weer in volle ornaat (want voor het slapen en poolen hebben we ons hemd uitgetrokken voor een T-shirt). We komen aan op het feestgedoe en al reeds bij de ingang worden we aangegapen. We worden zelfs ontvangen met volle belangstelling. Damien breekt het ijs door veel foto’s te nemen van het kitsj decor, maar David is er een beetje hulpeloos bij. We worden op een veilige stoel gezet en iedereen keert zich meteen naar ons toe. Gelukkig is er geen trouwkoppel te bespeuren, dus kunnen we hun glorie niet afnemen. We krijgen schouderklopjes, we krijgen thee van iedereen, we worden uitgenodigd Trau Cau te eten, uitgenodigd te roken van de waterpijp of de kleinere versie in een potje (dat nog veel sterker is). We worden ook uitgenodigd rijstwijn te drinken, in een wedstrijd met de locale mannen, die er zoals ze zeggen probleemloos 10 achterover kunnen slaan (en wij denken dan maar dat ze ons eens zouden moeten aanpakken met Duvels), waar we natuurlijk niet op ingaan. We ontmoeten hier nog enkele Hanoiaanse studenten waarvan een meisje Hai heet en heel goed Engels spreekt. David krijgt van haar de legende van de Trau Cau te horen en nog andere nuttige info over bruiloften (hierover later meer). Eigenlijk voelen we ons nog steeds misselijk van die Trau Cau en nu willen we even niet al die aandacht hebben. Het is gewoon even te veel.

Gelukkig, moeten we na een half uurtje (ook zonder Lan te zien omdat ze druk bezig is met helpen) verhuizen van tafel omdat de familie van de getrouwden mogen eten. We kunnen ons plaatsen aan een teruggetrokken tafeltje. Om 17:30 kunnen beide families, elk aan een tafel aan de rijke maaltijd beginnen. De gasten moeten na de familie eten. Ondertussen vertelt Phúc dat hij absoluut Amerikaan wil worden, wat ons meteen laat weten dat dit een rare jongen is, of ten minste een slecht geïnformeerde jongen is. Als het onze beurt is om te eten is het 18:20. Onze maag ligt nog altijd overhoop van die ene Trau Cau, dus proberen we ons gebrek aan eetlust wat te verstoppen. Dat is echter redelijk moeilijk. Ook moeten we nu blijkbaar toch rijstwijn drinken. Phúc staat er op. Omdat we niet goed weten of deze uit een fles komt of zelf gebrouwd is, willen we er liefst niet van drinken. Tot onze grote opluchting valt de elektriciteitsgenerator regelmatig uit, waardoor we in total darkness verkeren voor enkele seconden. We kunnen ervan profiteren om ongezien allerlei vies uit onze mond te halen en in de tuin te gooien. We hebben vrij snel genoeg natuurlijk en gelukkig dringen ze niet aan om meer te eten. Ondertussen zijn ze een kabel gaan vinden om elektriciteit af te tappen van de buren.

De tafels worden weer afgeruimd en de muziek wordt luider gezet. Het is zelfs zodanig luid dat we beiden echt onze oren moeten toestoppen, en we zijn al wat gewoon. Uiteindelijk zien ze toch dat we last hebben en zetten ze de muziek zachter. Wie zich af vraagt welke muziek moet maar even denken aan de meest stupide beat geplaatst op een oud discoliedje. Wel, het is analoog, maar erger. Er is nu ook bijzonder weinig volk over. Het lijkt wel of ze allemaal verdwenen zijn.

Dan zegt Lan ineens tot onze grote vreugde dat we moeten gaan. We weten dat er karaoke komt en we willen niet in een soortgelijke situatie terechtkomen als met de studenten. We verlaten de plaats met enkele verbaasde blikken die ons volgen.

Thuis blijkt een vriendin van Lan te zijn. Ze is 21, getrouwd en heeft een kind. Ze ziet er slechts 16 uit. Ze woont op 100km van Lans huis en ze zien elkaar maar 3 keer per jaar. Dus is ze heel blij haar weer te zien en ze kletsen er op los. Het tafereel is heel grappig omdat er veel gelach bij komt kijken, duidelijk enkele plagerijen en nieuwsgierige blikken naar ons. Na een half uurtje of drie kwart uur moet het meisje weg en blijven we nog 5 minuutjes zitten alvorens terug te keren naar het feest, helaas. Daar zijn ze intussen begonnen met de karaoke. We zijn sterk verbaasd van de kwaliteit van het apparaat dat in realtime in staat is om de stem zodanig te veranderen dat het juist klinkt allemaal. Zelfs als ze gewoon spreken in de micro is het zo veranderd dat het past op de melodie. Natuurlijk leent de Vietnamese taal zich hier ook toe, met al zijn toonhoogteverschillen die in onze oren sowieso al een beetje melodisch klinken. Ze vragen ons gelukkig slechts twee keer te zingen, maar hebben begrip als we zeggen dat we geen Viets kunnen zingen. Zo blijven we een tijdje zitten, zonder dat er iets gebeurd, op het zingen na van de melige liedjes.

Nieuwe studenten zijn heel nieuwsgierig naar ons en de twee meisjes erbij willen graag een foto met ons hebben, terwijl we ze omhelzen. We vinden het wel grappig. De kinderen van daarstraks op straat zijn hier nu ook. Ze zijn hier met zijn allen rond ons, spreken enkele zinnetjes Engels en lachen zich ondersteboven met alles wat we doen.

Na lang niets doen is Lan moe (ze heeft ook verlegen een liedje gezongen) genoeg om terug te gaan. Ze merkt ook dat we ons vervelen en dat er niet zoveel meer te beleven valt. Er is ook geen kat meer.

Thuis regelen ze een bedje voor ons, dat blijkt gelegen te zijn in het huis ernaast. We moeten in dezelfde kamer slapen als de oom van Lan of zoiets (de structuur van de familie is nog altijd onduidelijk. We denken dat de echte moeder van Lan overleden is, want soms spreekt ze over haar broer van verschillende moeder. Het is redelijk ondenkbaar dat ze hier scheiden)

We worden nog even geleid naar de badkamer, aka kraan in de tuin om ons een beetje te verfrissen, alsook onze tanden te poetsen. Damien wil absoluut nog het spelletje tonen waar hij zo gek op is en we spelen een partijtje Jungle Speed op de grond, in Vietse zit. Het slaat direct aan bij Lan, ze vindt het heel grappig. Na een tijdje zegt ze toch dat we moeten slapen en we stellen de wekker in om 7u. We gaan eens de opstaangewoonten van de Viets volledig negeren: 5u is echt te vroeg!

No comments: