In Kuala Lumpur luchthaven zullen we de komende vijf uur wachten op de vlucht naar Hanoi. De verlaten hallen en gates geven ons de indruk dat we wel ergens kunnen slapen, echter maken de overijverige airconditioning en omroepsters snel een eind aan deze hoop. De om de vijf meter opgehangen luidsprekers sporen vergezeld van een irritant deuntje elke passagier die te laat is voor het boarden aan om zijn vlucht te halen. Uiteraard worden deze oproepen frequenter als het aantal vluchten toeneemt om tot een topfrequentie te komen van 1Hz!!! Jawel, geen seconde ging na een boodschap voorbij dat een nieuwe boodschap klaar stond. Eindelijk vinden we vlak bij een monorail (eigenlijk fake want de trein rijdt met rubberen banden op betonnen verhogingen die parallel de monorail volgen over het hele traject: FLAUW) die twee terminals verbindt, een plaats waar deze lawaaimakers iets minder vertegenwoordigd zijn, zodat we wat kunnen slapen. "ATTENTION, AEROTRAIN IS ARRIVING. PLAESE STAND CLEAR . DIRECT ACCESS TO GATES C,D,G,H, BAGGAGE RECLAIM AND ARRIVAL HALL." Ook hier ontbreken het Maleisisch, Chinees en Japans niet op de opname die om de paar minuten luid wordt herhaald. Gelukkig is de opgenomen stem van deze
omroepster zacht en rustgevend in tegenstelling van de koele, zakelijke stemmen van de boarding annoucements. Daarmee kunnen we toch een lichte slaap vatten.
In ieder geval, een paar uur later zitten we op het vliegtuig richting Hanoi. Het is bewolkt, dus beelden van het land laten nog op zich wachten. Naar het einde toe zien we toch een deel van de kust en de Red River. We landen op Noi Bai Airport, veertig kilometer van Hanoi, wat ons meteen de gelegenheid verschaft onze eerste rit door Vietnam te maken. Maar eerst een kort moment van spanning bij de douane. De paspoorten worden met visum zorgvuldig gecontroleerd om te eindigen met de geoefende hand van een douanier die het kotsbeu is altijd ditzelfde te doen: "STAMP-STAMP ... STAMP-STAMP ... STAMP-STAMP". David ondergaat een korte spanning op het ogenblik dat mijn bagage al lustig aan het rondtoeren is op de bagageband, terwijl de zijne nog altijd niets van zich laat horen. Even later 150 euro uitwisselen in Vietnamese Dong en we worden van de seconde op de andere multimiljonair: 3.345.000 dong. Dan, na een kort gesprek vol gebaren en Engelse woorden is een Vietnamese jongedame mijn simkaart aan het vervangen door een Vietnamese collega. En nog leuker is dat ze zelfs die simkaart voor mij configureert zodat ik niet elke boodschap 50X moet beluisteren met een woordenboek naast mij om te verstaan dat ik even op “1” moet drukken om verder te gaan... Een paar stappen verder worden we aangesproken door een energieke jongen die ons vraagt of hij ons aan een taxi kan helpen. We leggen hem uit dat we absoluut een witte taxi nodig hebben om ons naar de Student Home te brengen. (we werden verwittigd dat zwarte taxi’s het dubbele van de prijs vragen) "Ok, follow me," is zijn antwoord. Amper een voet buiten gezet en we krijgen onmiddellijk "HELLO! TAXI HERE!" vanuit alle hoeken naar ons geschreeuwd. Blijkbaar is de taxibusiness redelijk druk en hebben de chauffeurs “rekruteringsassistenten” nodig. We tonen het papiertje met het adres van de student home aan de chauffeur, want hij verstaat het niet als we het zelf zeggen. Merk op dat wij absoluut geen verschil horen tussen hoe hij het zegt en hoe wij het zeggen. Het is heel raar dat ze ons gewoon niet verstaan. Het zal wel liggen aan het feit dat ze in Viet Nam 6 manieren hebben om elk woord uit te spreken. Tot nu toe hebben we al 2 betekenissen ontdekt voor "Nam": Zuiden en vijf. We hebben zowat de indruk dat Vietnamees niet zo gemakkelijk is... Maar goed, de taxi dus: Dat ze hier het internationale rijbewijs niet aanvaarden krijgt meteen een reden: iedereen rijdt waar hij wil en laat van zich horen door het onophoudelijke getoeter. "De toeter dient om te verwittigen dat ik kom," lijken de chauffeurs wel te denken. Ze hebben ook een heel interessant scala aan signalen uitgevonden: Combinaties van lichten, toeters en handbewegingen. Er mankeert alleen nog de ruitenwissers om het volledig te maken. Pinker naar links als ze achter een auto rijden betekent: "Zet je uit de weg, ik wil links voorbijrijden". De pinker gebruiken om te draaien? Neeeuuuuh! Degene die eerst is krijgt voorrang, ongeacht of er schaars voorkomende wegmarkering, verkeersborden of -lichten zijn. Er blijkt wel nog een extra voorrangsregel te zijn: Hoe groter en zwaarder, hoe meer voorrang. Waar in het begin enkele brommertjes de 'snelweg' onveilig maken, worden dit richting de hoofdstad zwermen van tweewielers. In de hoofdstad zelf krijgen auto's nog nauwelijks de kans zich een weg te banen door dit spektakel. Toch leidt dit ons allerminst af van de omgeving: een wildgroei aan gebouwen, winkeltjes, kraampjes, kleuren, mensen en meertjes met palmbomen vormen het stadbeeld van Hanoi.
De taxichauffeur zet ons af bij het International Student Home. Het leek een beetje in the middle of nowhere te zijn. We betalen de taxichauffeur de afgesproken prijs: 8,97 euro (=200.000 dong) en gaan met onze zak het gebouw binnen. Daar is geen kat te zien, dus keren we terug naar buiten. En daar zit een Vietnamese gamekeeper. We gaan naar haar toe en ze bleek al twee sleutels voor ons klaar te hebben liggen en papiertjes in te vullen met persoonlijke gegevens. Zonder veel woordenwisseling (We hebben haar toch gevraagd een deel van het papiertje zelf in te vullen want het Engels was onleesbaar en nou ja, voor ons het Vietnamees ook eigenlijk...) keren we ons terug naar het gebouw. Ok, dit is even een spannend moment. Hoe zullen de kamers zijn? Eerst de kamer van David zoeken… We hebben daar al een probleem: Kamernummers 001 tot 015 zijn op gelijkvloers terwijl een sticker op de sleutelhanger "A32" aanduidt. Waar is de link? We lopen toch de gang af en zien op de zijkant, in een hoekje A12 staan. We gaan dus twee verdiepingen hoger en daar is Davids kamer. Even aan het slot prutsen en we zijn binnen. De kamers zelf kunnen op zijn minst wat aanpassing gebruiken, evenals onze opvatting over het begrip luxe... Stof ligt overal op de grond. De badkamer is klein en donker. Er hangt een spiegel aan de muur boven een wasbak (die aan de benedenkant lekt) en een wc die luid loopt. Een douchekop hangt gewoon aan de muur en alles de hele vloer is in lichte helling naar een rioolputje toe. Het maakt dus helemaal niets uit als er iets lekt. Een snelle ingenieursblik op het vlottersysteem leert ons dat de zuigerhefboom van de trekker niet goed terugvalt. We krijgen snel door dat dit doorspoelsysteem manueel zal moeten worden bediend. Een grote koelkast staat in de kleine vestibule en dan komt de eigenlijke kamer: Een afsluitbare ijzeren kast, een bureau, een bed en twee eenpersoonszeteltjes. Een groot schuifvenster staat open en er zelfs een plafondventilator. Na enige testen blijkt de ventilator die normaalgezien 5 snelheden heeft amper, af en toe, op de eerste snelheid te kunnen draaien. De koelkast werkt goed, hoewel de scheidingsdeur tussen koelkast en vriescompartiment ontbreekt. Ok, nu is het Damiens beurt. Kamer 500, op de hoogste verdieping. Terwijl we de trap beklimmen, zuchtend en puffend door het drukkende, vochtige weer met 32 graden waarvan men in een mum van tijd doorweekt is en niet meer in slaagt om te drogen, zien we enkele kakkerlaklijkjes. Ze zijn hier net groter dan een muntstuk van 2 euro. We hebben een niet zo leuk voorgevoel... (Gelukkig blijkt achteraf dat er geen kakkerlakken te zien zijn in de kamers) Aangekomen op de vijfde verdieping zien we dat de buurman/vrouw al zijn/haar schoenen voor de deur gezet heeft, net zoals de heel stoffige folkgitaar met een barstje, maar intacte snaren. De deur gaat open en brengt ons meteen in een kleinere vestibule. De lay-out van de kamer is anders dan Davids kamer. De badkamer, even klein heeft dezelfde attributen, weliswaar anders gelegen. Damien merkt meteen dat er mini uitwerpseltjes rond de wc liggen op de vloer en op de muur. Een blik op het plafond levert niets op voor het achterhalen van de bron ervan. Het doorspoelsysteem lijkt hier wel te werken. Een blik in de kamer toont een kleinere koelkast, een bed, houten afsluitbare kast en bureau. Aangezien het hier de bovenste verdieping is, komt er meer licht door het schuifvenster. De ventilator draait hier wel zoals het hoort. Even de koelkast open gedaan en onmiddellijk terug gesloten! Iemand had blijkbaar voedsel laten liggen terwijl de koelkast uit stond en er was nog een hele zwerm insecten in. (Maar gelukkig geen voedsel meer) Een geur verspreidt zich snel in de kamer. Adembenemend is het: het stokt letterlijk de ademhaling onmiddellijk. Zelfs de deur en het venster wijd open zetten helpt even niet. Dan maar een beetje deodorant rondspuiten om het toch wat draaglijker te maken. Ik zou zeggen: De koelkast is buiten dienst...
Damien probeert even te telefoneren naar Dr. Lan Tran, zijn plaatselijke promotor, om te laten weten dat we goed aangekomen zijn. Na geen antwoord te krijgen bij diverse pogingen proberen we Joeri Gerrits te contacteren. Hij is informaticus op de VUB en kent Hanoi goed. Momenteel is hij hier met een Toon Veraghtert, een Ritsstudent die een promotiefilmpje voor het VLIR-project moet maken. (VLIR is de organisatie die het uitwisselingsproject promoveert en ook financiële hulp verleent) We spreken af om 19 aan hun hotel, in het centrum van Hanoi. We rusten wat uit maar de hitte en luchtvochtigheid laten slapen niet toe. Damien inspecteert verder de badkamer en ontdekt de bron van de poep: Kleine salamandertjes. Ze zijn doorschijnend en lichtgeel, hebben zuignapjes op de tenen en zien er echt leuk uit. Bovendien zijn het goede vrienden aangezien ze zorgen dat er minder insecten rondkruipen en vliegen. Een tweede poging om Dr. Lan Tran te contacteren levert deze keer een afspraak op voor maandag om 9u.
's Avonds, om 18u stappen we naar buiten om een taxi te nemen. Even op de stoep maakt ons even onzeker: Hoe geraken we aan een taxi? Mensen stappen gewoon verder, het gewoonlijke verkeer is overal te zien. We hebben het gevoel gewoon in Hanoi te zijn gegooid, volledig onopgemerkt. Gelukkig komt een vrije taxi langs. Een wenk, een blikje van de chauffeur op het gsm-schermpje om het bestemmingsadres te kennen en een opgeluchte zucht later rijden we naar de binnenstad. (Op de weg vertelt David aan Damien dat hij ontdekt heeft dat Nam ook jaar betekent...) Daar leren we dat het mogelijk is om over te steken tussen de hordes brommertjes door. Na veel zoeken kan de chauffeur ons afzetten en betalen we de gevraagde 40.000 dong. Omdat we nu toch veel te vroeg zijn, namelijk een uurtje, gaan we nog wat rondwandelen. De winkeltjes lijken wel kleurrijke schilderijen. Overal lopen mensen rond. Een wirwar van toeters, lachende mensen en luid gepraat omvangt ons volledig. Mensen zitten op de stoep met 7 rond een lage tafel waar ze soep en nems eten. Verkopers met hun typische balansachtige manden springen naar ons toe om te proberen een banaan of een mango te verkopen. Ze proberen ook hun vracht op onze schouder te zetten voor een foto (mits kleine betaling uiteraard) Al gauw wordt duidelijk dat het verkeer op de stoep net zoals het verkeer op straat is. Een drukte van jewelste, maar uiterst gezellig. Gewoon rustig doorstappen, zorgeloos en onoplettend is de beste tactiek. En dan het zwaarste: Oversteken... Veel moed en gekheid zijn nodig. Gewoon oversteken alsof je blind bent. De brommertjes ontwijken ons, soms op het nippertje en toeteren preventief. We stappen rustig door alsof we niets merken. Chasende auto's wijken sterk af. Verkeer uit alle zijstraten van het kruispunt mengen zich moeizaam, maar zeker. Ze lijken wel van alle kanten te komen! En ineens, haast zonder het te beseffen, staan we aan de overkant van de straat, ongedeerd. Ook leren we de verkopertjes van boekjes, kaarten, eten, fruit, drank, sigaretten en zichzelf af te wimpelen. Uiteraard, pas nadat we eerst boekjes hebben aangesmeerd gekregen, waarbij eentje ons 10 minuten heeft gevolgd en onophoudend zeurde tot we kochten. Het is nu tijd om naar het hotel van Toon en Joeri te gaan. Na een poosje komen ze aan en gaan we iets met hen drinken in een bar heel dichtbij. Daar ontmoeten we een Belgisch koppel dat een rondreis door heel Viet Nam aan het maken zijn. Joeri introduceert ons en al gauw zitten we ontspannend te kletsen over onze bevindingen met een Ha Noi Beer aan de lippen. Toon zal ons de komende dagen een paar keer opnemen voor zijn filmpje. Na twee pintjes gaan we naar een restaurant die Joeri heel goed kent. Ze hebben er een terrasje net naast het water van het Hoan Kiem meer, wat het eten heel gezellig maakt. De menukaart is redelijk en de prijzen voor een schotel variëren van 2,70 euro tot 4 euro, wat op zich al aan de duurdere kant is voor Viet Nam. Het blijkt namelijk dat men ervan uit mag gaan dat het gemiddelde Vietnamese loon voor een werkdag 4 euro is. We kiezen met eetstokjes te eten, wat even wennen is. Na een uurtje gezellig gebabbel bezoeken we nog een bar met internationaal cliënteel. De sfeer is er volledig verwesterd en men vindt er Australische, Amerikaanse, Engelse, Franse, Duitse, Nederlandse en Belgische toeristen. Tijd om naar huis te gaan nu... Met een licht draaierig hoofd van alle biertjes die 0,45 euro kosten voor 450 ml zoeken we een taxi. Een plotse zin in een avontuurtje brengt ons naar een riksja (zo'n duwtaxietje, hier met een fiets erop gemonteerd). De chauffeur aka fietser vraagt ons 100000 dong voor de reis, wat op zich meer dan het dubbele is dan voor een witte taxi. En zonder het te weten ontdekken we hier de beste methode om af te dingen: Pure onverschilligheid. We zeggen dat we niet gek zijn en niet meer dan 40000 zullen betalen als we een witte taxi kunnen nemen. De fietser geeft uiteindelijk toe en nadat we onszelf in het eenpersoonsstoeltje hebben gewrongen, kunnen we genieten van de immersie in het verkeer. Links en rechts voorbijgestoken worden door bromfietsen en het gevoel te hebben echt deel te nemen aan het chaotische verkeer is echt leuk. Na veel overleggen en medelijden beslissen David en ik dat we 70000 dong zouden betalen ipv 40000. De fietser heeft het namelijk echt moeilijk om het dubbele gewicht voort te duwen. Thuis aangekomen nog een douche (Damiens warme water wordt door een pomp gebracht en wordt tussen twee pompbewegingen aangevuld met koud water. Het effect is verrassend) en in bed want morgen begint onze eerste werkdag!