Vandaag staat Damien als eerste op, op Iñigo en Wim na, die deze ochtend vertrokken zijn naar een georganiseerde tocht naar Sappa. Op de weg naar Davids kamer komt hij Giang tegen. Hij vertelt haar over de fietsen en ze zegt dat hij eerder best naar de directeur van de student home gaat. Die wasvrouw is veel te hebberig. Het is niet goed om haar de fietsen te geven. Het is onjuist. Blijkbaar is het bureel van de directeur op het gelijkvloers. Damien gaat meteen David wakker schudden en samen gaan we kijken wat we kunnen doen om onze fietsen te recupereren.
Het bureel blijkt verlaten te zijn en na tien minuten wachten voor de deur klampen we een langskomende kuisvrouw vast en vragen haar naar de directeur. Ze kent helaas geen Engels en herhaalt steeds hetzelfde, waar we niets van begrijpen. Weer tien minuten later komt een andere langs die wel Engels begrijpt en zegt dat de directeur pas maandag terugkomt. Ach zo.
We hebben gehoord dat het Vrouwendag is vandaag. Dat is dus een dag waarin de vrouw op de eerste plaats staat. Het is dan de bedoeling om bloemen te geven aan het meisje dat je graag hebt. Het kan ook zeker zuiver amicaal zijn. Dat weten we van de bowlingstudenten van gisteren. We denken onmiddellijk aan Lan en Giang en gaan meteen twee boeketten kopen voor 100000 dong. We brengen het eerste boeket bij Giang, die bezoek heeft van een Chinese vriendin (Giang heeft een enorme interesse voor China. Ze wilt zelf graag Chinees worden). Ze is helemaal overdonderd en haar reactie is niet helemaal gepast. Ze staat gewoon paf van verbazing. Ze bedankt ons toch en moet dan weer aan het werk, dus sluit ze snel weer de deur. Ze is vooral een beetje beschaamd omdat ze ons niet kan binnenlaten om ons te bedanken, daar ze bezoek heeft.
Toch zien we dit als een succes en brengen met goede moed het volgende boeket bloemen bij Lan. Ze zit met twee vrienden of zoiets op een stoel. Ze ziet ons aankomen en groet ons zoals gewoonlijk. Ze is helemaal verrast door het boeket en Damien legt het vast op foto. Ze kan het eerst niet echt geloven, maar de twee jongens naast haar hebben het al lang door dat het voor haar is. Ze wijzen veelbetekenend naar elkaar en naar haar. Nu bloost ze zo leuk en lacht ze heel verlegen. Ze nodigt ons uit voor een biertje en geeft ons nootjes. De conversatie start stroef, maar met de woordenboeken gaat het gemakkelijker en ze leert ons de verschillende groeten in het Viets. We komen te weten dat ze 22 jaar oud is (1986), maar dat ze haar 21 beschouwen omdat ze bij de geboorte 1 zijn. Ze vertelt ons ook dat ze om 13u vrij is om naar huis te gaan, 30 km buiten Ha Noi. In de week woont ze in haar gehuurd huisje in Ha Noi, op een km van haar werkplaats. We vertellen haar over de gestolen fiets (wat ze heel grappig vindt) en als we zeggen dat we denken dat het bij de politie is en vragen waar het is, zegt ze ons dat het blok A2 is. Maar omdat alles hier chronologisch is genummerd, hebben we daar niets aan. Dat betekent dus dat de gebouwen zijn genummerd volgens de volgorde dat ze gebouwd zijn. Zo staat gebouw K8 naast gebouw A2. We zijn totaal radeloos en na een kort woordje met haar collega’s vergezelt ze ons ineens en escorteert ze ons naar de politie. Een paar straten verder vinden we het kantoor (ze moet zelf ook hier en daar vragen waar het ligt) Daar maakt ze duidelijk dat we fietsen kwijt zijn en de politieman wijst naar de garage, waar we dus onze fietsen zien staan, geketend. Lan moet zo hard lachen met onze blije blik en wijdopen ogen bij het herkennen van onze fietsen, dat zelfs de politieman een glimlach boven tovert. Helaas mogen we de fietsen niet meenemen omdat we met 4 moeten zijn. Damien belt even naar Iñigo om te vragen of het mogelijk is maandag om 9u terug te komen (ze komen maandag om 5u terug van Sappa) Dat blijkt te kunnen lukken, wel met wat tegenzin omdat ze dan bijna niet zullen slapen die dag, maar bon. Met de politie sol je best niet hier.
We nemen dan afscheid van lan met veel bedankingen. Ze groet ons ontzettend vrolijk en rent dan terug naar haar werk. We hebben maar 1 gedachte over haar: Wat is ze toch lief en leuk! Het heeft iets cute.
Na dit overgrote succes vragen we af of we nog meer meisjes zo gemakkelijk gelukkig kunnen maken. Ons denkpatroon brengt ons onmiddellijk naar de dienster van de Mi-pho. Natuurlijk! Wat moet het heerlijk zijn haar te zien met haar megagrote smile die alle knoppen van de bloemen doen ontschieten van vrolijkheid! We kopen dus weer een boeket, allemaal bij dezelfde verkoopster, die ons toch raar aankijkt omdat we nu al drie boeketten kopen.
We brengen vol goede hoop de bloemen naar Mi-pho, maar ze blijkt er niet te zijn. We durven niet echt binnen te gaan omdat de andere meisjes zeker raar gaan kijken. Om zeker te zijn gaan we het boeket in de Student home brengen en gaan we terug met lege handen. Indien ze er is, kunnen we het boeket weer gaan halen en ons ding doen. Ze blijkt er toch niet te zijn, tot onze grote spijt. Omdat we hier nu toch zijn bestellen we ook twee mi-xao’s. Aan ons tafeltje komen twee jonge kinderen zitten die een soort breinsoep eten (dus een soort bouillon met brein in) Dat ziet er niet zo smakelijk uit. In elk geval smaakt de mi-xao totaal niet nu dat onze vrolijke lach er niet bij is.
Verslagen betalen we en bedenken we wat we kunnen doen met het boeket. Ineens denken we aan Iñigo en Anh. David heeft het geniale idee de bloemen in zijn naam aan haar te geven, maar dan moeten we er wel een briefje voor vinden. We gaan dan naar een studentenwinkel in de buurt om een kaartje te zoeken. Hier vinden we allemaal kitscherige kaartjes, maar niets dat past bij Iñigo. De meeste kaarten zijn ook te serieus met dingen zoals: With love, for my love, etc. We vinden uiteindelijk een kaartje in de vorm van een hartje met twee heel grappige ogen en een smiley-mond. Ja, dat is het, denken we. We kopen het (3000 dong) en schrijven er in het Frans op: “De jolies fleurs parce que je pense a toi. Iñigo xxx” Hehe, dit gaat zo grappig zijn. We zijn ook zeker dat Iñigo dit leuk gaat vinden.
Om de bloemen wat uit te sparen nemen we een taxi naar het centrum, waar het reisbureau zich bevindt. Aangezien we de weg enkel kennen via de fiets moeten we gissen waar we best afgezet worden en we moeten dan ook een heel eind stappen. Helaas is het bureau gesloten. Niemand te zien. We kijken verslagen of er toevallig openingsuren staat ergens, maar neen. We kunnen verder niets meer doen hier, dus beslissen we dan toch maar een brommertje terug te nemen naar de student home. Dat gaat tenminste goedkoper uitkomen dan met de taxi te moeten reizen.
We vinden snel een man die geïnteresseerd naar de prijs van onze bloemen vraagt. Bij het horen van de 50000 dong knikt hij goedkeurend. We merken dat er nergens bloemen te koop zijn in het centrum terwijl de student home buurt er van stikt. De man wilt ons 5 euro uitwissel voor dongs, maar hij vraagt teveel dongs. Daarna vraagt hij of we een brommertje willen en we slagen er niet in om de prijs lager te brengen dan 30000 dong. Al gauw op het brommertje blijkt de man een viezerik te zijn. Waarschijnlijk is het gemaakt, om ‘leuk’ te zijn voor de toeristen. In het begin is het wat grappig omdat hij dingen zegt als een bloemetje geven aan de vrouwen en zo van die dingen, maar al gauw schreeuwt hij bij elke vrouw die hij ziet: “He, tu veux baiser?”. We schamen ons te pletter en wensen vurig dat de rit zo snel mogelijk voorbij is.
Eindelijk zijn we nu thuis en verslagen als we zijn hebben we geen zin om iets te doen. Na een uurtje moeten we toch bewegen, want we hebben nog steeds een cadeautje nodig voor Tums familie. De plek bij uitstek is de Vincom Tower natuurlijk. We gaan er te voet naartoe (zucht) en kopen een Chimey en een bruine Leffe voor de vader en een doosje Guylain-zeevruchten.
Hierna is het tijd om te gaan eten en nadat we onze goederen afgezet hebben in de student home gaan we naar ons goed restaurantje om rundnoodlesoep te eten.
Hierna keren we rustig naar huis (Lan is natuurlijk we naar haar familie buiten Ha Noi) en luisteren nog wat naar muziek.










