Wednesday, 3 October 2007

Negentiende dag => Het gekke noodle-avontuur

Vandaag hebben we zien om de charmante dienster met de gouden glimlach te gaan bezoeken. We komen dus aan de cantine en zoeken haar op. Ze tovert weer die magische hartverwarmende glimlach boven bij het zien van onze enthousiaste gezichten en wijst ons een plaatsje. We vragen in ons beste Viets: “ Hai mi-fo”. Het is best niet teveel te proberen zeggen hier, omdat ze heel erg gevoelig zijn voor accenten. Als er ergens een toontje verkeerd zit, verstaan ze ons hier niet. Ondertussen bestellen we op goed geluk twee ‘Sinh to Du du’ (papaya juice, vrij gemakkelijk uit te spreken). We zijn echter teleurgesteld weer een noodlesoep voorgeschoteld te krijgen. Teleurgesteld omdat het niet zo goed vult en inmiddels hebben we al veel van die soepjes op. We willen graag weer van die fried noodles. Tot ons groot geluk is er aan de tafel naast ons een man zulk een gefrituurde noodles aan het eten. David staat heel moedig op en gaat naar de chef (de dienster is verdwenen) en vraagt twee mi-fo’s en deze keer heel ostentatief wijzend naar het gerecht van de man. De chef kijkt David dom aan en knikt gewoonweg. David keert dan terug naar de tafel, maar wanneer Damien ziet dat de chef ons gewoon staat aan te gapen staat hij toch zelf recht om het ook eens te proberen. Met heel weinig Engelse woorden, veel gebaren (maar onze gebarentaal is totaal anders dan de hunne) proberen we nu zelfs al met twee duidelijk te maken dat we gewoon die noodles willen. En nog verstaat hij niet wat we willen. Uiteindelijk nemen we het boekje boven met enkele vetalingetjes en zoeken we “more” op. De chef leest het en heeft het ineens door. Hij springt enthousiast naar zijn kitchenette en begint ijverig aan het gerecht. Geen dertig seconden later moet Damien echter weer vliegensvlug opspringen (geen tijd gehad om opgelucht te zuchten dat ze het eindelijk verstaan hebben) omdat de chef weeral bezig is met noodle-soep. Met de armen zwaaiend gaat Damien erop af en zegt “No sup! Mi-fo” weer wijzend naar het gerecht op tafel. De chef gaapt weer aan met een totaal verwarde blik. Hij is volledig van de kaart. Ondertussen roept David Damien even terug te komen want hij weet hoe de fried noodles heten. Want terwijl Damien met de chef aan het overleggen was (zover we dat overleggen kunnen noemen) heeft de man van de gefrituurde noodles, al lang begrepen wat we willen, gewoon eens gezegd dat die noodles MI-XAO heten. Ahaaaa! Iedereen rondom ons zit goed te lachen en heel triomfantelijk gaat Damien naar de chef: “Hai Mi-saw!” “Aaaaah, Mi-saw!” is zijn antwoord… Zucht…eindelijk!

We krijgen dan natuurlijk met enorm veel moeite het gerecht op want nu heeft de chef daar precies een anderhalve portie van gemaakt (dat “more”-woordje heeft hij blijkbaar goed begrepen) en na veel gepush krijgen we het op, Damien met meer moeite dan David. Het is tijd om te betalen en daar gaan we weer voor een “battle of language”. De dienster (een andere) komt bij ons als we haar wenken en we vragen heel beleefd de rekening “Sin jo doy oa-dern” en uiteraard verstaat ze ons niet. We herhalen het laatste woordje, rekening en nog altijd die verwarde blik. De man van de noodles had het wel verstaan en zegt iets als: Ze willen de rekening. Het meisje is nu echt over haar toeren en zegt ons dat er geen rekening is. Dat hebben ze hier niet. Ja, maar we willen gewoon betalen, heel ostentatief onze portefeuille boven halend. Ze haalt de patron erbij die snel berekent dat het 54000 dong is.

Amaai wat een avontuur. Daarmee hebben we meteen genoeg beleefd voor de avond en de ontspanning bij wat zachte muziek is welkom alvorens in ons (ik ging zeggen zachte bedje, maar bij David kan je even goed op grond slapen. Als je op je zij ligt tijdens je slaap, wat af en toe kan gebeuren, wordt je gegarandeerd wakker met een spierpijn waarmee nog maar een keer is bevestigd dat je goed en wel LEEFT) bedje.