Tuesday, 25 September 2007

Elfde dag => Mid Autumn Feast en een echte Vietnamese party

Deze ochtend is de lucht heel vochtig (ja, nog meer dan gewoonlijk). Damien vindt het heerlijk, maar David vindt het toch maar te zwaar. De band van Davids fiets is niet meer zo plat als gewoonlijk. Blijkbaar werkt dat ventieltje wel goed. We brengen onze fietsen naar de parking, betalen de 500 dong per fiets en gaan elk in ons eigen lab zitten voor alweer een dag werk.

Damien heeft echter te kampen met een technisch probleem in zijn lab. Hij heeft geen internet. Het blijkt dat er een routertje is die verbonden is met een centrale server (niet in het lokaal). Natuurlijk is die verbonden met een mooi utp-kabeltje dat door het venster verdwijnt naar ik weet niet waar. Damien vraagt aan iedereen die hij tegenkomt (slechts twee mensen eigenlijk) hoe het komt en de eerst kan niet helpen want ze hebben het heel druk (Tien moet Dr. Hung helpen iets te doen. Ze hebben een deadline tegen de middag en Panasonic komt speciaal uit Japan vandaag. Ze zijn dus een beetje zenuwachtig) Een uur later komt een assistent van Dr. Lan langs en hij vertelt Damien dat ze maintenance aan het doen zijn. Dus geeft hij mij een internetconnectie met paswoord via het netwerk van de HUT, maar daar worden downloads geblokkeerd. Damien kan er dus niets mee aanvangen (hij heeft libraries nodig voor zijn simulator).

De middag komt eraan en Damien heeft wel zin in een toetje na de maaltijd. David ziet dat ook wel zitten en Damien gaat twee stuks halen van wat er uit ziet als een cake met een lekkere soort gele fruitige vulling. Het heet Bang Ruoc (Bang zuoc uitgesproken) De giechelende meisjes vinden het heel grappig dat we dit kopen en vragen aan Damien vanwaar we komen. Blijkbaar kennen ze Belgie hier wel een beetje, al is het maar enkel bij naam.

Wanneer we het opgediend krijgen blijken twee stuks vier stuks te zijn. Damien denkt: “Ah, joepie, des te meer lekkers!” Aan tafel gezeten neemt Damien een lustige hap in het gebak en David is even verbaasd de pure en zeer sprekende uitdrukking van uiterste walging te lezen van Damiens gezicht. Hij neemt zelf een voorzichtige hap om tussen het walgen door keihard samen met Damien in de lach te schieten. Het blijkt dat wat er uitzag als een lekkere fruitige vulling een soort vreselijk gezouten jam te zijn, gewoon uitgesmeerd op sponsbrood, dat zelf ook totaal niet gesuikerd is. David heeft gehoord dat ze hier soms geen zout gebruiken, maar een maanden oude pekel van ansjovisjes. De visjes zijn dan zodanig opgevreten door het zout dat ze uiteen vallen in stukjes gezouten vezel. De stukjes die op de gebakjes liggen lijken hier heel sterk op. We schrapen zo goed als het kan het smeersel van ons broodje en werken het moedig binnen (we willen echt niets verspillen) Moge dit een waarschuwing zijn voor allen die ooit in Viet Nam zouden komen (speciaal voor Bart): DON’T EAT BANG RUOC!!!

Na deze zeer leerrijke ervaring gaat Damien dan maar in het crowded lab van Dr. Hung zitten. Hij neemt de plaats in van Tien die weggejaagd wordt in de bureau van Dr. Hung zelf. De Panasonic-mensen zijn redelijk oude mannen. David zegt dat ze heel kritisch zijn tov het werk dat de studenten verricht hebben.

Tegen de avond, na lang geconcentreerd werk komen onze Vietnameze vrienden ons uitnodigen voor een Party ter ere van het Mid-autumn feast (Dr. Lan bedoelde dus blijkbaar eind september en niet midden augustus). Daarna zullen we naar de new town center gaan. Waarom is nog onduidelijk. We moeten nog even via de student home om onze spullen af te zetten (party met een laptop is niet evident) en we krijgen al spoedig een telefoontje omdat de party al begonnen is. Blijkbaar hebben ze niet volledig begrepen dat we gewoon onze laptop willen afzetten.

We keren dus terug naar de HUT naar een party, maar we weten niet eens waar het is. Blijkbaar wordt het gewoon in Dr. Hung’s lab gehouden. En wanneer we dan weer de 4 verdiepingen op gaan en in het gangpad van Dr. Hungs lab komen, zien we hem net vertrekken met een brede smile op zijn gezicht: “Going to the party?”

Eens binnen (David moet zelfs nu zijn RFID-chipkaart gebruiken om binnen te kunnen) maken we kennis met een verlaten lab in het donker. En vanachter, in Dr. Hungs office, gelach en licht. We stappen naar de deur en bij het zien van ons een gemeenschappelijke “Aaaaah” om ons te groeten. We trekken onze sandalen uit (schoenen voor David omdat hij nog altijd geen sandalen heeft) en gaan er gezellig bij zitten in de cirkel rond een aantal vruchten en gebakjes dat we nog nooit gezien hebben. We krijgen een korte uitleg van wat er daar allemaal ligt, krijgen een beetje Brandy ingeschonken (is hier enorm duur voor de lokale bevolking = 400000 dong voor een fles) en worden vriendelijk uitgenodigd om te smullen van de lekkernijen. Er ligt pompelmoes (gigantisch vergelijken met de onze) dit absoluut gepeld moet worden, ook vanbinnen, omdat die heel hard zijn. Er ligt “Neuh”, een vrucht met enorm veel pitten, maar bijzonder lekker. Het lijkt een beetje op een ovale appel met bobbeltjes. Het is heel gemakkelijk te pellen. Dan was er ook een soort harde perzik (alsof die onrijp zijn of zoiets) dat heel erg naar plant smaakt en totaal niet gesuikerd. Zo een beetje zoals gras. Daar doen ze dan een sausje van rode pepers bij om het lekker pittig te maken. Het heet “kop” met de o zoals in frog. De gebakjes zijn speciaal voor de mid-autumn: Moon cakes. Ze zijn gemaakt van rijstdeeg met heel fel gesuikerde vulling. Het is volle maan, maar we kunnen er niets van zien door de heel dense bewolking. Het heeft de hele dag vochtig geweest met heel erg veel kleine regenbuitjes. We wisselen nog een beetje cultuurverschilletjes uit met veel gelach (ook op onze uitspraak wordt veel gezegd met humor).

We zijn nu met 9 en blijkbaar is het tijd om iets anders te doen. Enkelen hebben ons verlaten om in de kamer hiernaast een karaoke te installeren. Dan zeggen ze ineens: “Come, let’s sing karaoke”. We zetten ons in de bureaustoelen en kijken tegen op het moeten zingen voor deze heel nieuwsgierige vietnamezen: “Hoe zouden ze in Belgie zingen?” lijkt wel de vraag die ze zich allemaal stellen. De karaoke is midi van een vietnamese website en de tekst is redelijk goed geïmplementeerd. Midi is natuurlijk niet zo geslaagd, maar bon. Na een paar Engelse liedjes gehoord te hebben gezongen met een sterk Vietnamees accent, is er niets aan te doen: Onze beurt. Damien kent enkele van de liedjes en kiest voor een klassieker: Hey Jude van the beatles. David kent het niet, maar gaat moedig proberen Damien te volgen. (Achteraf is het omgekeerd eveneens zo met Oasis - Blijkbaar is het een succes, want de vietnamezen applaudisseren enthousiast. Dat was misschien beter niet zo geweest want daardoor moeten we nog eens 4 of 5 liedjes zingen vooraleer ze eindelijk de micro willen overnemen om in het Vietnamees te zingen. Nu blijkt dat dit heel educatief is, omdat we eindelijk de uitspraak horen die bij de geschreven tekst hoort. We zingen dan ook mee, natuurlijk is onze uitspraak vreselijk en een van hen komt zelfs naast David zitten om nog meer te kunnen lachen. Hij komt zelfs niet meer bij… Ze vragen ons uiteindelijk of we Vietnamees kennen, duidelijk verbaasd. Als blijkt van niet moeten ze enorm lachen natuurlijk.

Nu dat dit voorbij is, is het tijd te gaan zoeken voor de maan (en met de wolken die er zijn gaan we nog lang mogen zoeken) We kruipen vanachter op de brommertjes en gaan op weg. Een bende van 9. Onderweg stoppen we bij een straatrestaurantje en eten we rijst met een soort tofuworst. We worden getrakteerd, zoals altijd in nabijheid van de vietnamezen. Ze accepteren niet dat we voor iets zouden betalen. Ze lachen dan weer met onze manier van eten: De rijst met de stokjes. Zij eten de rijst gewoonlijk met een lepel…

Dan volgt een enorm lange rit als blijkt dat we een 20-tal km moeten rijden. Ze brengen ons naar Nieuw Ha Noi: een hele reeks pas gebouwde buildings, torenhoog, grote supermarkten, volledig desolaat, lelijk en met reclame die duidelijk maakt dat het hier een luxueus stadsgedeelte zal worden. De Vietnamees die met Damien rijdt is ervan ongerust en denkt dat het de kloof tussen arm en rijk gaat vergroten wanneer alle toeristen eerder hier zullen logeren, dan in Ha Noi – Oude stad.

Ondertussen is het weer beginnen regenen en als bij toverkunst verschijnen overal regenponcho’s. Damien trekt ook zijn k-way aan, maar David moet er eentje lenen van een viet. Ondertussen vertellen we tijdens het rijden wat een goede Belgische Drash is. Al gauw kunnen moeten we het zelfs niet meer uitleggen, want we krijgen er rechtstreeks een cadeau van de heren der hemelen. In een mum van tijd zijn we kletsnat. We verliezen elkaar uit het oog want het is pikkedonker, iedereen lijkt sterk op elkaar met die poncho’s en zijn totaal onherkenbaar. Drie van de vier brommertjes kunnen samen blijven, maar we verliezen David en zijn chauffeur. We keren dan terug en gaan ineens naar de “Meeting Point”. Blijkbaar zijn we verkeerd gereden. We komen een poosje later aan waar we een doorweekte David vinden (hij is net in een zwembad gesprongen). Ze stonder er al 10 minuten te wachten. De broeken druipen mee met de zware regendruppels, het in vergelijking met de warme lucht (toch nog altijd veel warmere regen dan wat we gewoon zijn), koude water sijpelt langs de ruggegraat samen met de rillingen naar beneden. We gaan een beetje bij elkaar staan en kijken naar de hemel op zoek naar de goed verstopte maan. Natuurlijk zonder enig resultaat. De vraag rijst een beetje op: “En nu?” Heel gewoon zegt een van de viets: “Wel, we kunnen gaan wandelen…” Dat brengt natuurlijk David en Damien enorm aan het lachen. Dus dit is de traditie: 20km afleggen om even af te stappen voor een splinternieuw gesloten voetbalstadion om even te gaan wandelen? En al dat in de kletsnatte regen? Wie zou hierbij serieus kunnen blijven? De viets lachen natuurlijk mee aangezien het normaalgezien zwart van het jong volk is hier en dat er overal vuurwerk is, gezang, gedans en dus veel feestsfeer. Om dit allemaal te compenseren eten we elk een gekookte maiskolf. Deze is lekker warm. Na een tiental minuten komt dan het voorstel: “Let’s go home”, wat natuurlijk weer een golf van gelach teweegbrengt. Het is echt een enorm leuke traditie: Met de brommer in de regen even keiver buiten de stad gaan staan om enkele minuten later gewoon terug te keren…

Op de weg terug leren we aan de viets hoe ze “Goede morgen, middag en avond” moeten wensen in het Nederlands en het blijkt dat hun taal de uitspraak veel gemakkelijker toelaat dan wij voor het Viets.

Na een goed half uur komen we terug in de buurt van de Student home. De twee andere brommertjes zijn verdwenen. Na een kort afscheid gaan we elk naar onze kamer om de doorweekte kleren uit te trekken en nog natter te worden (alsof dat nog mogelijk is) in de heerlijk warme douche. Het was al bij al een zeer interessante en grappige avond…