Vandaag om 8:30 aan Davids deur om samen naar de HUT te gaan. Op de weg heen vindt Damien een gigantische sprinkhaan met de meest rare vorm: Langwerpig als een sparnaald en het hoofd als een speld dat gearticuleerd is.
Op de weg heen vindt Damien eindelijk een werkende ATM-machine waar een withdrawal limit op staat van 2.000.000 dong (=89,69 euro). Dat is belachelijk weinig tov wat we gewoon zijn…
Enfin, op het werk niets speciaals, de dag rolt al werkend voorbij. David heeft zoals altijd veel meer te doen en veel meer druk van zijn promotor dan Damien. Tijdens de middagpauze is er echt niet veel volk, dus hebben we meer keuze voor wat we bij onze rijst willen. We bemerken wel dat er een limiet is op wat men erbij mag nemen. Na een tijdje wijzen we naar een ingrediënt en dan bewegen de bedieners hun hoofd in een heel duidelijke NEEN!
De namiddag rolt even goed voorbij.
Om 16:30 komt David Damien halen om een medestudent te helpen met een Pegasusbordje van Xilinx (voor diegenen die weten waarover ik het heb). De student heeft problemen om het ding geprogrammeerd te krijgen. Gelukkig heeft Damien nog een tutorial liggen van Gerd Vanden Brande op zijn laptop en na veel gezoek lukt het te doen wat de bedoeling was te doen (Diegenen die Xilinx kennen weten dat de software ervan niet altijd logisch in elkaar zit en vaak buggy is)
De Vietnamees, Tanh genaamd, vraagt ons of hij eens ons appartement mag komen bezoeken. We stemmen toe, maar vragen ons toch af wat hij wil komen doen. Wij hebben niets in huis. Hij is toch heel vriendelijk en blij met ons te mogen spreken blijkbaar. Dan komt er een heel verward moment waar hij vraagt waar we wonen. Damien geeft hem het briefje met het adres, aangezien hij wellicht toch niet zal verstaan welke straat we bedoelen. Blijkbaar denkt hij dat het voor hem is, want op het ogenblik dat Damien het terug vraagt kijkt hij verward. We proberen hem uit te leggen dat het briefje voor ons dient om thuis te geraken als we een taxi moeten nemen, maar hij verstaat het echt niet. We roepen er een andere student bij die wel beter Engels kan en leggen het hem uit. Dat wordt dan vertaald en uiteindelijk vraagt Tanh wat we nodig hebben. David en Damien kijken elkaar aan en zeggen in koor: “Nothing” (waarop Tanh hevig lacht). Tja, Tanh was een beetje TE behulpzaam.
Ondertussen is het natuurlijk al laat geworden en omdat we onze ervaringen toch wat willen uitbreiden door ons wat meer met de plaatselijke bevolking te mengen (en ook omdat we ons schuldig voelen over het decadente leven dat we tot nu toe hebben gehad, aan ons geïntroduceerd vanaf de eerste dag met Joeri en Toon), willen we vandaag op straat eten. Wetende dat men op straat meestal geen Engels spreekt, gaan we met ons boekje naar een overdekt kraampje met zeer lage tafeltjes en idem dito lage stoeltjes. We zijn verrast te merken dat het systeem hier exact zoals op de HUT is: gewoon een bord rijst en men mag kiezen wat met erbij doet. De vrouw die ons hier bedient vindt Davids gezonde rode wangen heel knap. Hij valt hier sterk in de smaak. Als hij dan terug glimlacht naar hen, dan giechelen ze heel verlegen. Een kommetje soep mogen we ook hebben en we krijgen tot onze grote teleurstelling geen stokjes, maar een lepel en een vork. We moeten even een natuurlijke neiging om ze met eenzelfde hand te nemen bedwingen. Hier zijn wel bedelaars te zien, in tegenstelling tot in de oude stad waar ze, hoewel ze er wel zijn, veel minder zichtbaar zijn. Het is ook niet je dat om in de smog te moeten eten, maar het valt uiteindelijk allemaal wel mee. Het is vooral bijzonder goedkoop: 13000 dong per maaltijd (= 0,58 euro).
David merkt ook dat de maansikkel hier horizontaler ligt dan bij ons, bijna volledig horizontaal zelfs. Mooi om te zien!
Taxi’s zijn op de duur wel duur. Dus rijst de vraag waarom we niet zelf zouden fietsen of een brommertje zouden huren? (hoewel onze voorkeur toch meer naar de veiliger lijkende fiets gaat). Daarom gaan we vanavond naar een adres dat Dr. Lan gegeven heeft waar we mogelijk fietsen kunnen huren. We kiezen er naartoe te gaan door mee te rijden op een brommertje van een local. De eersten die we vinden vragen 20000 dong per persoon. Dat is even duur als een taxi, dus gaan we verder zoeken. Op de weg koopt Damien een micro in zo’n kleine electronicashop om zijn gitaar nauwkeuriger te kunnen stemmen met software op zijn laptop (die micro kost hier ook maar 3 euro) We vinden dan twee oudere mannen die ons willen meenemen voor 15000 dong elk.
De rit is heerlijk! De wind zo voelen zoeven door de haren brengt een ontzettend aangename verkoeling. Weer gemengd in het verkeer, er deel aan nemen is buitengewoon heerlijk. Men zou kunnen denken dat zulk een verkeer tot ongevallen leidt, maar omdat juist iedereen zo rijdt, werkt het systeem perfect. Geen ongevallen whatsoever. Omdat we de grote baan volgen stoppen we af en toe aan een rood licht. Wanneer het dan groen wordt is er een luidt gegrom als van een tiental waakhonden. Eens vertrokken worden de drie versnellingen van de brommertjes goed benut. De twee oude mannen die ons meenemen rijden helemaal niet gevaarlijk, maar eerder op hun gemakje. We kunnen dus moeiteloos ons volledig vertrouwen in hen stellen. Hoewel we de straatnaam gegeven hebben weten ze niet waar het is, maar wel ongeveer. Ze zoeken dus nog een beetje hun weg en vragen en passant waar het is. David verdwijnt even uit het oog wanneer zijn chauffeur een verkeerde straat in rijdt en uiteindelijk komen we samen toch nog op de bestemming. We betalen de 30000 vooraf afgesproken dong (voor twee) en de chauffeurs groeten ons heel joviaal en schudden onze handen voor de goede deal. Het enthousiasme is natuurlijk ook vierkant van ons gezicht te lezen.
En dan, even op zoek naar het adres dat we gekregen hebben zien we een bord hangen boven de deur. “Tourist information – Adventures” De deur is zo’n grote klapdeur zoals in Westernfilms en we wagen ons erdoor. Hier is enkel een lange gang te zien van minder dan een meter breed. Het is hier ook pikkedonker en we begeven ons naar achteren waar licht te zien is. We komen een open deur tegen aan onze rechterkant die blijkt een keuken te zijn van het restaurantje ernaast. Lekkere geuren komen eruit. We gaan dan verder en aan onze linkerkant zien we weer een open deur met de verkopers van de winkel links van de plek waar we denken te moeten zijn. Natuurlijk bekijken ze ons even raar aan. We stappen dan verder naar het einde van de gang waar een familie voor de tv zit in de kleine woonkamer. Peuters spelen op het tapijt met goedkoop plastieken speelgoed en de ouders kijken een beetje gealarmeerd naar ons wanneer we naderen. Het is ons echter al duidelijk dat daar niet de winkel is die we zoeken, dus keren we snel terug. Buiten zien we dan dat het restaurantje ernaast niet alleen een restaurant is, maar ook twee bureaus heeft waarachter iemand zit. Op de muur achter haar hangt weer dat Tourist information-bord. We vragen haar dus of we hier fietsen kunnen huren, maar ze stuurt ons verder de straat in want ze hebben alleen motorfietsen.
We gaan de straatjes af. We zijn hier midden in de touristische buurt en zien wel degelijk beduidend meer toeristen dan aan het meer. Af en toe zien we een klein bordje: “Rent Motorbikes”, maar bij elke vraag blijken geen fietsen beschikbaar te zijn. We zoeken verder aangezien dit blijkbaar de buurt is waar er veel motorhuurders zijn, tot we een heel luxueus reisagentschap zien. Damien gaat er David meetrekkend binnen om te vragen of ze toevallig weten waar fietsen te huur zijn. De bediende met een uitstekend Engels wil ons wel verder helpen, maar duidt ons toch aan te gaan zitten. Ze wilt ons een reisje aansmeren. Ze verandert subtiel van onderwerp en toont ons uiteindelijk hun modelreis naar Halong Bay. We weten gelukkig van Toon die zelf ook de reis net geboekt had dat ze hier veel te veel vroegen. (Toon betaalde 53$ voor drie dagen en twee nachten, hier vroegen ze 60$ voor twee dagen en een nacht) De bediende vertelde ons meteen dat het duurder is dan andere agentschappen omdat ze een uitgebreidere service leveren. Dat is dan ook waar Damien op inspringt: “Ja maar we zijn maar studenten en zijn hier voor twee maanden. We moeten ook alles zelf betalen, dus we zoeken eigenlijk van alles het goedkoopste. We zijn niet zo voor luxe.” Het lijkt te helpen, want ze spreekt er verder niet meer over. Tot onze verbazing wil ze ons toch nog verder helpen. Ze geeft ons een adres waar we fietsen kunnen kopen (want volgens haar komt dat voor twee maanden beduidend minder duur uit aangezien een fiets maar 25 euro kost en het huren tussen 0,45 en 1,35 euro per dag) want ze denkt dat fietsen huren zeer weinig gevraagd wordt en dus niet te vinden zal zijn. Damien voelt er meer en meer voor een brommertje te huren. We gaan het morgen vragen aan medestudenten van David of zij ons niet willen helpen aan een fiets te geraken. Ze zullen er een betere prijs voor betalen dan wij, toeristen.
We beslissen toch nog iets verfrissend te gaan drinken, want de keel wordt weer droog. Wanneer we door deze toeristische buurt wandelen zien we de decadentie ervan af druipen: Een gigantisch restaurant waar aan de inkom een zeer bevallige jongedame, Vietnamese uiteraard, met een prachtige jurk van het puurste wit en met van voor en van achter zo’n lange flap. Het is heel stily. Natuurlijk is dat een luxerestaurant dat wellicht stukken van mensen kost. Hierbij hebben we echt het gevoel dat het overkill is.
Een beetje verder in de straat horen we mooi ritmisch tromgeroffel. Wanneer we het geluid naderen zien we dat het een processietje kinderen is die een typische Aziatische draak meenemen. Een kind heeft het drakenhoofd over zijn lichaam getrokken en beweegt op de zeer typische, halfdansende manier terwijl het kind dat de achterflap van de draak vasthoudt, het met het geroffel mee op en neer beweegt. Ze gaan hier een daar een winkeltje binnen om er een poosje later weer uit te komen. Ik vraag me af of ze niet geluk komen brengen en in ruil daarvoor een klein đongetje vragen. Zulke processietjes komen we verder nogmaals tegen.
We komen weer zulke typische gethematiseerde straten tegen vooraleer we weer dicht bij het meer komen dat elke avond als vertrekpunt dient. Daar zetten we ons even op een bankje dichtbij de waterkant. Het is heel rustgevend. Het meer is in het midden van de stad en toch kan men hier even volledig ontsnappen aan al het getoeter net achter ons. Het is een heel raar effect, maar de rust van het meer lijkt zich wel te spreiden over de oevers.
Uit gebrek aan beter (omdat er geen plaats is in dat cafeetje dichtbij het hotel van Toon en omdat we toch heel dorstig beginnen te worden) gaan we zitten aan een tafeltje in een toeristisch cafe. Wanneer we de prijzen zien schrikken we toch even. Enkele dagen geleden leek 12000 đong voor een biertje niets, maar nu weten we wel beter. Maar de dorst is te groot en het wordt dan maar vruchtensap. Dat is ietsje duurder (14000 đong = 0,63 euro), maar als we veel moeten betalen, dan moet het maar iets speciaals zijn. De fruitsap is echt overheerlijk. Ze bestaan puur of met sojamelk (en gemalen ijs). Het smaakt alsof het vers is, maar misschien is het toch maar uit een fles. Het is in elk geval verdacht dat sommige menu’s ook een aparte categorie “vers geperst” heeft. Ondertussen proberen we zoveel mogelijk Vietnamees te spreken bij de bestellingen, betalingen enz en we zijn aangenaam verrast dat de mensen ons meer en meer verstaan.
We vertrekken na twee drankjes op zoek naar een taxi. Een jongeman komt ons tegemoet op zijn brommer en vraagt of we geïnteresseerd zijn. We maken hem duidelijk wat de bestemming is, stellen een prijs vast op 20000 dong per persoon (hij wil echt niet lager gaan) en dat we graag liever twee brommertjes ter beschikking hebben. Hij vertrekt dan om iemand anders erbij te halen. Ongetwijfeld een vriend van hem natuurlijk. We kruipen elk op een brommertje en daar gaan we. Deze twee jonge gasten rijden in tegenstelling tot hun oudere collega’s vliegensvlug en wild. We slalommen tussen de andere brommertjes door, ontwijken net auto’s en rijden onbeschaamd door het rood op drukke kruispunten. Hoewel het gevaarlijker lijkt, blijken deze jongemannen pro’s te zijn. We voelen ons dan ook totaal niet in gevaar. We bereiken de bestemming vrij snel en op het ogenblik dat betaald moet worden, betaalt David de afgesproken 20000 dong aan zijn bestuurder en Damien geeft een briefje van 20000 aan de zijne. Maar er is blijkbaar een probleem. De bestuurder lijkt niet blij en vraagt 30000. Damien wilt zich niet laten doen en zegt dat de afgesproken prijs 20000 dong was, maar de Vietnamees begint luider te spreken, te pruilen en zegt kwaad: “Vietnamese 30000!” terwijl hij met zijn duim op zijn borst wijst. Na enig discussiëren van beide kanten beslist Damien toch maar de 30000 dong te betalen. Uiteindelijk hebben we niet gedeald met deze jongen, maar met zijn vriend. We kunnen niet argumenteren in dit geval. We weten namelijk helemaal niet wat die jongen aan zijn vriend heeft gezegd. Het haalt niet weg dat Damien zich bedrogen voelt en ergens ook wel een duif. (het maakt niet uit dat het maar om 0,45 euro extra ging, het is een kwestie van principe) Maar hiermee hebben we ons lesje ook geleerd. Laat ons maar gelukkig zijn dat het maar over zo weinig geld ging.
Tijd om weer te gaan slapen, maar Damien komt nog even bij David voor een nababbeltje. David toont met veel enthousiasme dat er een wit uitsteeksel dat van plastiek lijkt…, nou ja, uitsteekt vanachter zijn koelkast. Het blijkt een stallachtiet te zijn van bevroren condensatie. Het lijkt ongezond omdat die stallachtiet bijna een elektriciteitsdraad bevriest en water met elektriciteitsinstallaties lijken hier toch veel meer, eh…, explosief. Nog grappiger zijn de getapete elektriciteitsdraden van de neonlamp boven het venster van David, net achter het gordijn. Als David namelijk het gordijn sluit, gaat het licht uit. Praktisch is dit toevallige akkefietje anders wel… Met een lach over deze merkwaardigheid keren we elk naar ons eigen bedje na een verfrissende douche.