Vandaag is Dr. Lan er. Vanaf Damien haar ziet roept hij Iñigo en David erbij om haar te bedanken voor haar inzet voor het gedoe van de paspoorten. Zonder haar was onze trip in het water gevallen. Het enige dat we kunnen doen om de mensen die ons helpen te bedanken is door iets klaar te maken dat ze niet kennen: Mojito! We gaan alle ingrediënten kopen die we nodig hebben straks. En morgenavond doen we het: een drink voor iedereen!
De avond gaan we dus naar de supermarkt. We willen naar diegene gaan waar we de goedkope Rum en Baileys hebben gevonden. Ook met de bedoeling er nog wat andere dingen bij te kopen. Op de weg erheen echter, springt de fietsketting van Wim stuk. Hij kan dus echt niet meer verder. Na een kort overleg laten we Iñigo en Wim achter die op zoek gaan naar een fietspomper voor een reparatie (die mannen hebben meestal ook een gereedschapskist)
We rijden dus verder en omdat we niet meer exact weten waar de supermarkt zich bevindt, moeten we even rondrijden in de buurt waar we weten dat het ongeveer is. Dat betekent dus ook terugkeren in eenrichtingsstraten, soms wat spookrijden enz.
Uiteindelijk vinden we het en we kopen twee flessen Rum (goed voor 6l Mojito) en zijn verbaasd van de snelheid waarmee de supermarkt in orde is gebracht. De vorige keer namelijk, waren ze hier nog druk bezig met renovatiewerken. De winkel was half overhoop. Nu blijkt dat nog maar een stukje te zijn in een verloren hoekje van de winkel. De assortiseuses zijn zelfs nog bezig met de goederen in de rekken te plaatsen. De kassierster doet alles op het duizendste gemak. Ze neemt een fles in haar hand, beweegt die sloom naar de scanner en zet het opzij. 5 minuten later vraagt ze het geld en nog eens een minuut later krijgen we ons wisselgeld. Dan begint ze met de zakken. Weer twee minuten later krijgen we onze goederen mee. We proppen deze in onze rugzak en gaan huiswaarts.
We komen langs de Vincom Tower en hier splitsen we op. David gaat terug naar de student home met de goederen terwijl Damien in deze supermarkt gaat kijken wat er nog te kopen valt. We hebben namelijk nog limoen, suiker en spuitwater nodig. Eigenlijk hebben we ook munt nodig, maar Dr. Lan heeft ons verteld dat dat misschien moeilijk zou kunnen worden. Damien vindt alles behalve de munt (merk op dat het spuitwater hier heel schaars is en enkel Perrier is beschikbaar).
Op de weg terug scheuren de zakken onder het gewicht van al het spuitwater en is Damien even geblokkeerd in het midden van de straat met een lekkende fles op de grond. Een poosje later is een bus ook geblokkeerd en begint deze hevig te toeteren. Er is niets te doen, Damien kan niets verhelpen. Op dat ogenblik spurten bijstanders naar hem toe om te helpen. Ze nemen de fiets over, helpen hem met een nieuwe plastieken zak en het verkeer kan weer doorrijden. Na veel bedankingen rijdt hij nog een stuk of 500 m verder om eindelijk aan de Student Home te komen. Met moeite geraakt hij boven waar Iñigo, Wim en David vrolijk aan het kletsen zijn. Was zijn gsm maar niet plat geweest. De hele situatie is toch wel grappig.
Wims fiets is op een komieke manier hersteld geweest. Ze stapten huiswaarts naast de fiets en geen 20m verder kwam al iemand op hen af om de reparatie te doen. Ze zijn zelfs even gaan zitten bij het straatbaretje ernaast en terwijl ze toekeken met een biertje in de hand heeft de pomper een nieuwe schakel aan de ketting toegevoegd. Hij heeft nog van alles bijgeregeld en dat allemaal voor 50000 dong.
Iñigo en Wim willen foto’s nemen van de Eiffelbrug, naar aanleiding van onze laatste trip over de brug. We vertrekken dus ernaartoe en onze maag rammelt van de honger. Heel dicht bij de brug stoppen we aan de hoek van een straat en zien een baretje waar lekkere geuren vandaan komen en een heleboel fruit uitgestald is. Een goed Engels sprekende jonge vrouw komt op ons af en vragen of we wat willen drinken en als we zeggen dat we willen eten begint ze snel stoeltjes bijeen te rapen omdat er geen tafeltjes meer zijn. Enfin, stoelen zijn het niet. Het zijn weer die lage taboeretjes. Sterker nog, ze hebben hier zelfs nog lagere taboeretjes met een hoogte van 10 cm hooguit. Dat is echt zo’n ding ter ondersteuning van de typische Vietnamese zit. Iñigo heeft heel veel honger en ziet dit allemaal niet als iets goeds. Hij begint te zeuren. De jongedame komt ons vragen wat we willen drinken en ze brengt ons een poosje later 4 Bia Ha Noi, ongekoeld. Dat brengt Iñigo nog meer aan het zeuren. Ze brengen ons een soort salade en vragen wat we willen eten. Ze blijken alleen kip of rund te hebben in een broodje. Iñigo vraagt hoopvol met een klein stemmetje en puppy-ogen of ze ok Mi-xao hebben, maar neen, geen noodles hoor. Hij probeert het nog eens, alsof ze het ineens toch zouden hebben, maar ook nu is het antwoord nog steeds neen. Wim ziet er ook tegen op om een soortement hot dog te eten, maar David en Damien zeggen dat we eens iets nieuws moeten kunnen proberen.
Ze brengen ons ineens een tafeltje en wat sauzen (soja en iets pikants) en verdwijnen weer met de sla. Een poosje later komen ze terug met een soort pieradetoestel. Iñigo en Wim kijken er wantrouwig naar alsof het ineens zou opspringen en hun hoofd af zou bijten. Weer een tijdje later komen ze met een plateau vol met groenten en practhig rundvlees (niets van vet erop) Ze zetten een soort parafinepasta in brand onder de kookplaat en tonen hoe we olie erop moeten doen en dan ons vlees erop mogen zetten. Nu laten we ons weer goed gaan Western style en we doen er ook de look, de ui en groenten op om het allemaal lekker te fruiten. Hierbij moeten de omstanders natuurlijk lachen. Ze komen zelfs van een beetje overal om ons te komen aangapen. We zijn blijkbaar een fenomeen en we lachen erop los terwijl we aan het smullen zijn van dit heerlijke. Iñigo eet ervan, maar nog steeds een beetje ongelukkig. Hij zou er toch wat rijst bij willen hebben. Zijn geluk stijgt echter geen 2 minuten later ten top als ze twee verse broden brengen. Eigenlijk zijn ze niet vers, maar zijn ze net opgewarmd in het vuur. Daarmee zijn ze lekker warm en krokant. Iñigo springt in de lucht van blijdschap: “Oh, my god, che bueno! Bread with meat on it! DELICIOUS!” Dan propt hij ook nog enthousiast wat sla in zijn broodje, vlees, ui, saus en hij eet het bijna in een hap op. Nu zijn de Viets toch heel raar naar ons aan het kijken. Waarschijnlijk hebben ze nog nooit iemand vanalles in een broodje zien stoppen en er zo van genieten. Ook zijn ze duidelijk het dippen van het brood in het vleessaus niet gewoon. Maar wij genieten met volle teugen. We plagen Iñigo met zijn Mi-xao waarop hij zegt: “Screw Mi-Xao! This is real life!”
Na de maaltijd zien we een albino Viet. Dat is op zich heel raar. Hij is precies een Nederlander of een Fin of zoiets. Hij is ook groter dan de gemiddelde Viet, maar hij gedraagt zich volledig volgens Vietse normen. Dit leidt Iñigo en Wim in een serieus gesprek over transmissie van genen en erfelijke eigenschappen. Iñigo beweert dat indien men 10 zwarten zouden zetten op een eiland met 100 blanken, en we even de sociale grenzen weghalen en er van uitgaan dat iedereen gelijke kansen heeft om met een willekeurige andere persoon samen te gaan, men na een hondertal jaren enkel nog zwarten ziet op het eiland omdat zwart zijn dominant is. Na een flinke discussie kan Wim hem toch overtuigen dat de distributie gelijk zal blijven. Dit is een doordenkertje voor de mensen die wat weten van biologie. (Wim heeft gelijk by the way) We betalen hierop de 100000 dong (voor 4 valt dat heel goed mee). Damien vraagt ook naar de naam van een van de lekkere vruchten, wat blijkt de vrucht te zijn die ze bij ons op taarten zetten (in stervorm) en we vragen ook hoe het gerecht heet, omdat we het zeker nog eens willen eten. Hierop zeggen ze gewoon: “This secret”.
Nu fietsen we verder naar de brug, die op geen minuut verwijderd is en het tafereel is weer identiek als vorige keer. Deze keer nemen ze veel foto’s en omdat het mistig is geraakt het licht ver, waardoor de foto’s een leuk effect krijgen. En onze ogen zien alleen maar pitch dark. We worden nogmaals geconfronteerd met de wetenschap dat onze zintuigen niet al je dat zijn… Aan de overkant van de brug zoekt Iñigo iets om in zijn zadelstang te proppen. Ook hij heeft te kampen met een steeds inzakkend zadel. Hij probeert het met restanten groenten (dat natuurlijk niet werkt) en het lijkt uiteindelijk te houden met een leeg pakje sigaretten. We gaan hier ook een suikerrietsap drinken. De mensen zijn het ook niet gewoon vreemdelingen te zien, en weer ontvangen ze ons met een glimlach. Het zijn duidelijk mensen die wat bij willen verdienen en hun benedenverdieping zowat open stellen aan het publiek voor verkoop van drankjes en toetjes. Het kost hier zelfs slechts 2500 dong per stuk.
Op de terugweg is er net zoals vorige keer wat meer te zien en de foto’s rollen er op los wanneer we aan de nachtmarkt komen. We observeren het laden en lossen van groenten en fruit en merken dat de mensen hier op een soort langwerpige kruiwagen, getrokken door 1 man zowat 900 kg goederen zetten (we zien een balans staan en ze wegen elk pak ter controle) Deze kruiwagen worden vooral door 1 man voortgetrokken en een duwer die slechts een beetje kan helpen aan de andere kant van de kruiwagen. Deze mensen zijn echt hard!
Op de markt vinden we wat nog het meeste lijkt op munt, maar we weten dat we dat hier nooit zullen vinden. We betalen de 5000 dong voor een hele zak vol en nemen weer onze fiets om huiswaarts te keren.
Weer is de weg helemaal verlaten en we kunnen het ons veroorloven in eenrichtingstraten te rijden, welliswaar in tegenrichting. Zelfs fietsen we ineens een heleboel politiemensen voorbij die ons gewoon aangapen en niets zeggen op het feit dat we aan het spookrijden zijn. Het is toch even schrikken en spannend. We durven niet te denken wat er had kunnen gebeuren indien we aangehouden worden.
We komen om 00:30 aan thuis en we treffen het hek van de student home gesloten aan. Dus brengen we onze fiets gewoonweg in het steegje naast de student home en zetten we deze vast met ons fietsslot. We kruipen dan over het hek heen en gaan lekker slapen.