Deze ochtend is het de bedoeling dat we om 7:30 ontbijten. Iñigo en Wim worden zelfs wakker gebeld om 7:15. Het is Van Hui om te zeggen dat we ons moeten haasten… We komen desondanks om 7:30 aan de ontbijttafel. Deze keer zijn er al 6 mensen aanwezig en dus moeten we aan een andere tafel zitten, waar we jam, boter en brood krijgen. We kunnen ook the krijgen en tot de grote vreugde van Iñigo en Wim: koffie.
Na het ontbijt worden we nog wat opgejaagd wanneer Iñigo zijn fototoestel gaat halen. (hij neemt er wel zijn tijd voor = 10 minuten) Weer rijden we 45 min richting harbour van het eiland. Daar gaan we duidelijk nog wat andere toeristen oppikken. Het tafereel is weer zoals gewoonlijk: Vol toeristen overal, die een beetje doelloos rondkijken en daartussenin de gewoonlijke ambulante verkoopsters. David probeert ze af te wimpelen met “Neen, dank u” of “Com, Cam on.” Het resultaat is dat de verkoopstertjes er enorm van moeten lachen. Ze zijn het duidelijk helemaal niet gewoon Vietnamees sprekende toeristen te zien. Als we dan ook onze taalkennis vergelijken met dat van de andere toeristen, dan lijkt het wel of we een graduaat Vietnamees hebben gevolgd.
Er is zoals gewoonlijk een uitwisseling van toeristen onder de gidsen en bussen in. We worden verschillende keren uitdrukkelijk gevraagd om te wachten op de zijkant van de weg. Dat is dan ook meteen op de zijkant van de pier, met de baai al mooi uitzicht.
Een poosje later komt de nieuwe gids ons halen. Hij vergezelt de Spanjaarden en de het Engels koppel van de eerste dag op de boot. Met hen rijden we het eiland in naar het natuurreservaat. Daar kopen we nog eerst een fles water alvorens de gids te volgen, het bos in. De begroeiing valt onmiddellijk op, de vochtigheid is superhoog en we horen overal diertjes fluiten, ritselen en wat nog allemaal. Onderweg vertelt de gids ons enkele weetjes van de ene en de andere plant. We komen een heel grote spin tegen, sprinkhanen, een soort bizarre wandelende tak, mieren en nog wat kleins. Wim, die zoals gewoonlijk wat achterop geraakt om foto’s te nemen ziet niet meteen welke weg we volgen en bij een waterreservoir, door de Fransen aangelegd, volgt hij niet hetzelfde pad als wij. Het resultaat is dat hij uitglijdt en plons het water in. We lopen onmiddellijk ter hulp om het fototoestel te redden. Met Wim zelf is alles ok, op een schaafwonde in de arm na.
Damien vraagt aan de gids wat zijn naam is en daarop antwoordt hij ‘Kenny’. Dat is natuurlijk voor de toeristen omdat ze anders zijn naam niet kunnen uitspreken. Zijn echte naam is ‘Zjung’ en wordt uitgesproken als ‘djZjung’ met een heel doffe, sterk dalende ‘um’.
We volgen Zjung door het steeds meer dichtbegroeide bos. Hier en daar is de weg wat aangelegd, soms zelfs met een praktische ladder of zoiets. Men voelt wel aan dat het toeristisch is, maar het blijft toch moeilijk. Het vochtgehalte hier in het bos is tot het maximum gedreven en er is een goed zonnetje aan het schijnen. We zijn ook echt kletsnat in het zweet. Ondertussen zijn we stomverbaasd te zien hoe snel Zjung kan bewegen op zijn kleine prulsandaaltjes. Wij hebben van die goede trekkerschoenen aan (behalve David die het ook met sandalen doet) Zjung klimt moeiteloos over het gesteente, door planten heen en hij lijkt onuitputtelijk te zijn. Hij is ook razend snel. We kunnen niet verhelpen te denken hoe moeilijk het moest geweest zijn voor de Amerikanen tijdens de Viet Nam oorlog. Het is eigenlijk gek, maar dat is een van de eerste gedachten die in de doorsnee mens opkomt bij het denken aan Viet Nam, terwijl Viet Nam zoveel meer is dan dat. Viet Nam is zo’n mooi land en nu we hier al een maand zijn hebben we geen zin terug te komen naar België. We kijken er echt tegenop eigenlijk.
Na een goed half uurtje wandelen met hier een daar een pauzetje om te rusten of om te horen over een zeer bekende boomsoort waarvan een voormalige koning altijd zijn eetstokjes liet maken, (Dat omdat deze stokjes donker zwart werden in contact met de meeste gifsoorten van die tijd (11de eeuw). ) komen we op de top van een bergje. De heuvel is 200 m hoog en bezaaid met planten en amper begaanbare paadjes. Het zicht bovenaan is dan ook fantastisch. Hier staat zelfs ook een toren waarop men met maximum 5 personen op mag (zo zegt een bordje aan de voet ervan) De toren is echter tjokvol. Sommige houten latten zijn losgekomen en het hele ijzerwerk is erg verroest. Dat maakt ons natuurlijk ongerust, maar alles is ok. Op de weg naar deze piek is de weg half klimmend, half kruipend te volgen. We zien ook veel meer andere toeristen hier en allen hebben het hier heel moeilijk.
We blijven een half uurtje boven vooraleer terug te gaan naar het busje. De weg naar beneden is heel erg modderig en we glijden verschillende keren uit. Aan de voet van de berg is een waterput en een klein dorpje. We zien een hagedis die onverstoord blijft zitten. Mensen leven hier heel rustig. We zien op de straat wortels drogen alsook pindanoten. Zjung geeft ons een verse peper en na enkele experimenten ermee staat onze mond duidelijk in brand, maar ons water is op.
We zijn toch blij terug bij het busje te zijn, want de toch was redelijk uitputtend.
Terug aan het hotel hebben we nog een maaltijd gehad met de Spanjaarden en het Engels koppel. Deze hebben ons ondertussen uitgelegd wat hun avonturen zijn geweest. Ze zijn een anderhalf jaar op doorreis door Zuidoost Azië. Nog twee maanden en ze moeten terug in de dagelijkse Engelse sleur springen. Het zal voor hen heel wat zijn! Ze zijn 5 maanden in Indonesië gebleven, hebben Cambodja gezien, Thailand en gingen ook naar China. Ze vertellen ons dat we zeker naar het midden van Viet Nam moeten, omdat het daar ook heel mooi is. Ze vertellen ons ook een verhaal waarbij ze hier in Viet Nam redelijk in gevaar waren toen ze een taxi hadden genomen. Ze hadden vooraf een prijs afgesproken van 50000 dong voor een lange trip. De chauffeur is echter wat rondgereden en de teller stond op 110000 dong. Bij het weigeren om dit te betalen, gaat de chauffeur verder rijden tot een donker straatje. Daar stapt de vrouw toch uit, op zoek naar hulp. Dat is op zich heel moedig van haar. Halfweg ziet ze de taxi rechtsomkeren. De man is nog in de taxi gebleven om te vermijden dat de chauffeur zou wegrijden met hun bagage. De vrouw loopt dan toch terug, lichtjes bezorgd, en dan nog wel net op tijd omdat de chauffeur ondertussen een koevoet had boven gehaald en de Engelsman aan het bedreigen was. De Engelse vrouw heeft net op tijd de deur van de taxichauffeur open gedaan en hier heeft de Engelsman van geprofiteerd om de koevoet te grijpen, waarmee hij de taxichauffeur in wurggreep bij de stoel in bedwang kon houden. Ze hebben de hendel gevonden om de koffer open te doen, hebben de 50000 dong betaald en zijn weggelopen. De taxichauffeur is hen nog wat achterna gelopen met de koevoet zwaaiend, maar zonder ze in te halen. We zijn toch heel verrast zulk verhaal te horen, want onze ervaring hier in Viet Nam, of eerder in Ha Noi zijn absoluut criminaliteitloos verlopen.
We hebben nu een uurtje voor ons en beslissen het derde strand van de regio te gaan bezoeken. (die informatie hebben we van de voorbijkomende Spanjaard van gisteren)
We nemen een brommertje, discussiëren een prijs (van 5000 dong per persoon) en komen aan op een soort hotel resort. Het strand is prachtig met in de verte een boven het water uitstekende rots. We zien enkele vrouwelijke toeristen bruinen, maar verder geen ziel. We nemen een flinke duik en Wim, Damien en David zwemmen door tot de rots in de verte. Daar gaan we eventjes op zitten (de rotsen zijn gevaarlijk door de vele golven die ons ertegenaan gooien en de schelpen erop snijden in handen en voeten) Dan zwemmen we terug, gaan nog wat even rondkijken waar we net Viets zagen met een pyloontje. Ze kappen hier kleine oesters en andere schelpen van de rotsen. Dat ze hiervan leven is op zich redelijk bijzonder. We vinden ook wat mooie schelpjes en versteende koralen. Op het strand zijn ondertussen twee mannen en een vrouw druk aan het werk geraakt door de stenen van het strand te rapen. De mannen gebruiken hiervoor een soort hark zonder tanden, maar gewoon een plank om de meeste stenen bij elkaar te rapen. De vrouw bukt zich dan om ze op te rapen of de niet losgeraakte stenen los te krijgen. Het lijkt ons titanenwerk en dat allemaal om een mooi glad strand te hebben voor de toeristen die hier gewoon komen profiteren van hun geld. Damien is ook te weten gekomen tijdens de tocht door het reservaat dat er een waterreservoir is onder het eiland. Het is drinkbaar water en ook het enige water dat ze hier hebben. Dat wordt dus uitgeput door toeristen die waarschijnlijk nietsvermoedend 3X per dag een douche nemen. Het erge is dat de hele fauna en flora van het eiland hierop steunt.
We keren daarna terug naar de plek waar de brommerchauffeurs ons hebben afgezet. Daar zien we een van de twee op ons wachten (we hadden hem gevraagd een uur later terug te komen om ons op te halen) Hij belt snel zijn kameraad en tijdens het wachten vraagt hij ons of we BOOM BOOM willen…
Op het hotel wordt ons gevraagd onze spullen te pakken. We ontruimen de kamers en Iñigo neemt afscheid van de Spanjaarden. Hij komt ook te weten wat de befaamde Weasel Coffee is: Naar het schijnt geven ze koffiebonen te eten aan een wezel en wachten ze dat de wezel het eruit poept. Dat zijn de koffiebonen die ze gebruiken. Klinkt speciaal…
We gaan nu voor de laatste rit naar de harbour. Damien geniet er nog extra van door aan het raam te zitten en zijn hoofd weer naar buiten te brengen. De anderen gaan ook bij een raam zitten. De bus is namelijk leeg op de chauffeur en compagnon na. Dat betekent ook dat we kennismaken met hun muzieksmaken. Ze vragen of we het goed vinden en als we “zet dep” zeggen zijn ze helemaal in hun sas (= zeer mooi), waarschijnlijk ook omdat ze niet gewoon zijn toeristen Viets te horen spreken. Op de weg heen stopt de chauffeur even aan een garage om zijn banden op te pompen. Detail is hier dat hij het inderdaad zelf doet en dan ook betaalt. Bij ons is dat ook zo, maar hier lijkt het heel raar omdat ze elk tankstation nog bemannen van hier tot ginder. Een beetje zoals in de oude Amerikaanse films waar ze met 3 of 4 op de auto springen om van alles te doen vanaf er een klant is.
Op de weg door de dichte begroeiing komen we een ander busje tegen met 5 andere toeristen in. Het staat aan de kant van de weg. We stoppen er even bij en na een korte intro blijkt dat het busje geen remmen meer heeft.
Dus stappen alle toeristen over in ons busje. We zien nu een wat oudere Australiër met ietwat scatologische humor, een jong Engels koppel, een Duitser van middelbare leeftijd die al vaker alleen rondreist in deze omstreken (vooral in Thailand, wat ons meteen verklaart waarom hij alleen reist) en nog een heel stille vrouw. Nu is ons busje heel vol en we rijden rustig verder. De muziek is uitgezet.
Geen tien minuutjes later begint het heel warm te zijn in het busje (abnormaal warm dus) en stopt de chauffeur het busje. Ineens haalt hij zijn zetel opzij om de motor te zien, die dus rechtstreeks onder de zetel van de chauffeur is. Er komt stoom uit de radiator met een hevige druk. In een mum van tijd is het snikheet in het busje en al snel zijn Damien, Iñigo en de Duitser, het dichtste bij de deuren, uit het busje voor wat lucht. De chauffeur wacht dat zijn radiator leeg is en giet twee volle flessen mineraalwater in zijn radiator. Geen 5 minuten later zijn we dus weer op weg naar de harbour. Ondertussen heeft het andere busje ons ingehaald zonder zijn remmen. We komen aan op de harbour waar we naar de boot worden geleid door nog een andere gids, deze keer een heel wat minder persoonlijke.
We stappen op de boot en de gids komt ons meteen zeggen wat er op het programma staat. Nu zegt hij ons ineens dat er geen kayaking was inbegrepen in onze trip. Nochtans hebben we hiervoor betaald, maar bon, er wordt 3$ per persoon extra gevraagd. We vragen dan of het mogelijk is om een papiertje te krijgen van de man dat bewijst dat we gekayaked hebben zodat we het geld zouden kunnen terugvragen bij Anh. Na 4X geprobeerd te hebben dit duidelijk te maken aan de gids die weinig Engels spreekt, geven we het toch maar op. (en we hebben zelfs Vietnamese woorden geprobeerd met de correcte uitspraak)
We krijgen sleutels van onze kajuit, dat klein is, met een dubbelbed en klein badkamertje. We maken ook kennis met twee Londeniaanse Hindoemeisjes op doorreis in Azië voor 5 maanden. We maken ook kennis met drie Ierse meisjes die hun job hebben opgegeven om een jaar te kunnen reizen.
Ze zijn net een maand in Hong Kong geweest en reizen nu nog twee weken in Viet Nam. Daarna gaan ze stilaan naar het Zuiden reizen om uiteindelijk een stuk of 5 maanden in Australië te gaan, waar ze ook werk gaan zoeken om hun reis te financieren.
Ondertussen is het tijd om te kajakken. De gids waarschuwt ons dat het waar buiten de boot misschien niet betrouwbaar is, dus is het beter het op de boot te kopen. (wat een verkooptruck) De boot heeft ons in een baaitje gebracht waar enkele drijvende hutten zijn. Dit is een klein drijvend dorpje. We moeten even afstappen op een groot vlot gemaakt van lege olietonnen. Deze worden in vierkant met planken aaneen bevestigd en ertussenin zijn grote netten die contact maken met water. In de netten zien we kleine haaien, grote inktvissen, kreeften, reuzengarnalen, krabben en nog andere vissen. We moeten een oranje reddingsvestje aan doen, waarvan weinig nog correct sluitbaar zijn. We worden ingedeeld per twee per kajak en mogen vertrekken.
Eerst gaan David en Damien de twee anderen wat plagen en daarna gaan we elk onze eigen weg op ontdekking in het dorp. We varen zo naar een agglomeraat van drijvende huisjes waaruit gezellig licht schijnt. We worden ook uitgenodigd door een knap meisje in een boot om te gaan dansen, maar ja, we hebben heel weinig tijd gezien we maar 45 min mogen kajakken, en dat is heel vlug voorbij. De nacht is gevallen, waardoor het tafereel nog meer charme krijgt. Enkel hier en daar een lichtje van een boot schijnt boven het stille water.
Aangekomen op de boot is het weer tijd om te eten. We krijgen de traditionele calamari en frietjes. Hier is ook rijst en vis bij. Aan onze tafel (want we moeten nog steeds met 6 zitten) zit een oudere man met een jonge Aziaat. David herkent er een Nederlander in en begint een zeer korte conversatie in het perfect Nederlands. De Nederlander heeft blijkbaar niet zoveel zin in een babbeltje en eet snel verder. De Aziaat zegt niet veel. Wanneer ze van tafel weg gaan en wij nog genieten van een HALIDA-biertje, delen we elkaars vermoeden over de relatie tussen de Aziaat en de Nederlander. De Aziaat komt van Laos en heeft een foto van de oude man in zijn portefeuille. De vermoedens zijn natuurlijk dat de Aziaat op reis gaat met de Nederlander waardoor hij een jaar zijn familie eten kan geven…
De boot mindert vaart en legt anker in een baai die doorspekt is met andere boten. De gids wenst ons een goede avond en zegt ons dat we gerust mogen zwemmen. De zin hiervoor blijft eerder weg omdat we gehoord hadden van Toon dat ze ’s nachts de toiletreservoirs legen in het water.
We brengen dus onze biertjes op het bovendek, onder de sterrenhemel waar een Fransman zit. Deze zit een jointje te smoren en vertelt ons dat hij ook voor langere periode op reis is. Hij gaat naar Australië om te gaan werken als vruchtenplukker of zoiets. Daarmee gaat hij iets van een 3000 euro verdienen per maand. Dat is nu al de derde persoon die we tegenkomen die naar Australië gaat om snel geld te creëren voor een reis door Azië. (Het Engels koppel dat anderhalf jaar reist van gisteren heeft het ook gedaan)
We vertellen hem dat we gehoord hebben dat het enorm gevaarlijk is hier Marihuana rond te dragen. Hij is er zich blijkbaar van bewust. Nou ja…
Een poosje later komen de Engelse meisjes en de Ierse meisjes erbij zitten en daar begint een gezellig avondje samen. We vertellen hoe erg ze hier van prostitutie afhangen aangezien ze ons overal vragen om BOOM BOOM te doen. Hierop vertelt de Fransman over een Amerikaan die in Viet Nam een grappige ervaring had met hoertjes. Hij was hier voor de eerste avond in Ha Noi, meteen zijn eerste lange reis van zijn leven en had bijgevolg een euforische bui bij het zien van hoe goedkoop hier alles is. Hij heeft zich dan ook zat gedronken en is met twee hoertjes op een brommer gegaan. Hij zat tussen de twee vrouwen in en voelde zich lichtjes gelukkig te voelen dat het hoertje achter hem, hem meteen liefdevol over zijn borstkas streelde. Het is pas toen ze hem gedumpt hebben in een donker verlaten steegje dat hij merkte dat de liefdevolle gebaren het vooral gemunt hadden op zijn 900$ dollar in zijn borstzak. He was screwed allright, maar niet zoals hij dacht dat hij zou zijn. David vertelt ook iets te enthousiast wat de vermoedens zijn over de Nederlander en de Laossiaan, waarop de meisjes redelijk verbaasd reageren. Waarom iets te enthousiast? Omdat de Nederlander zelf geen drie meter van ons zit, maar ja, in het donker zie je dat niet. Er volgt een pijnlijke stilte van OEPS. Iñigo wil niet denken hoe erg het moet zijn voor die Nederlander te weten wat we weten. Iñigo is ook specialist in zich in de mensen inleven en vraagt zich luidop af wat de Nederlander juist denkt: “Ah, shit, they know what I am here for. So, am I a dirty old bastard for it? Well yeah, maybe, but it’s still good and cheap sex anyway. And it sure helps the family of the guy…” (niet nodig te zeggen dat dit redelijk grappig overkomt) Iñigo wil ook drinkspelletjes spelen, maar het flutbier is hiervoor niet voldoende. We doen het dan maar op zijn Iers: Met wat moet doorgaan voor gezang. De meisjes willen absoluut liedjes horen en het pas als Damien zich waagt aan enkele refreintjes dat ze stoppen met zeuren. Zelf zingen ze een dom kinderliedje. Het is allemaal best grappig. Het wordt al snel laat met deze bezigheidstherapie.
Eigenlijk is het best gezellig met in de verte de lichten van de andere boten. Iedere gids vertelde ons dat de boottocht “vely lomantic” is, en eigenlijk hebben ze wel gelijk. Natuurlijk moet men er onder de correcte omstandigheden van kunnen profiteren en dat is niet zo meteen het geval nu.
Nu hebben we niet gezwommen en Iñigo heeft het fantastische idee om 6:30 op te staan. De Ierse meisjes willen de zonsopgang zien en willen opstaan om 5:30. Het is nu 2:30 en ik zie dat niet direct zitten. En dat allemaal omdat we morgen precies om 7:30 eten. We zullen wel zien.
Op het moment om te gaan slapen merken we ineens dat de muren van de kajuiten flinterdun zijn. Zo kunnen we eigenlijk de Ierse meisjes van de kajuit ernaast duidelijk horen en door de spleten licht zelfs zien. Maar gluurders zijn we niet, dus doen we snel onze oogjes toe. Ik moet zeggen dat het iets heeft net naast de elektriciteitsgenerator te slapen die de hele nacht door wel 50 dB haalt. Bovendien is er een ventilator die veel te koud waait en zonder is het veel te warm. De nacht verloopt dus niet al te gemakkelijk, maar dat is een zorg voor morgen.